
Vanwege het verbod om op paling te vangen, wijken vissers uit naar de vangst van de Chinese wolhandkrab, een invasieve exoot die veel in Nederland voorkomt en schadelijk is voor de natuur en het waterbeheer. De Minister van LNV wilde geen toestemming geven om de krabben met aangepaste aalfuiken te vangen, maar dit besluit is door de rechter vernietigd.
“Menselijk geredeneerd zou het normaal zijn als alle collega´s met eenzelfde aangepaste fuik nu ook op de wolhandkrab zouden mogen vissen. Maar formeel gezien geldt het inderdaad alleen voor Klop, en lopen vissers een groot juridisch risico als ze zonder ontheffing gaan vissen.”
Bron: visserijnieuws.punt.nl
Minister Verburg ziet in de rechterlijke uitspraak geen reden om haar beleid te wijzigen. Dit schrijft zij in een brief aan de Tweede Kamer. Als reden voert ze aan dat het voor de controleurs veel tijd kost om vast te stellen of sprake is van een gewone aalfuik, of van een aangepaste (waar alleen wolhandkrabben in achter blijven). Daarnaast is ze bang dat vissers van een aangepaste fuik stiekem weer een gewone aalfuik maken. Dat met haar beleid de (lucratieve) vangst van de schadelijke exotische wolhandkrabben feitelijk onmogelijk maakt, daar rept ze niet over in de brief.
Minister Verburg van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid besloot in de zomer om de palingvisserij in de maanden oktober en november te verbieden, en volgend jaar komt daar september bij.
In een overleg met de Tweede Kamer zegde de minister wel toe om de getroffen palingvissers tegemoet te komen. Onder voorwaarden zou zij de lucratieve visserij op Chinese wolhandkrabben (Eriocheir sinensis) mogelijk maken, waarbij aangepaste aalvistuigen zouden mogen worden gebruikt. Wolhandkrabben graven holen in de oevers en kunnen daarmee schade toebrengen aan de oeververdedigingen. Bovendien verdringen ze inheemse soorten.
Strijdigheid tussen beleid en regeling
De minister zag geen aanleiding om de visserij op de wolhandkrab te beperken en zij erkende dat de krab goed verkocht wordt en een aantrekkelijke neveninkomst voor vissers is. Zelfs in november schreef de minister nog over de mogelijkheid van een ontheffing van het verbod op – let wel – aalvistuigen.
De minister vond echter tegelijkertijd dat de visserij op wolhandkrab geen extra lasten zou mogen opleveren voor de controleurs. Om deze reden waren in de voorwaarden van de regeling alleen een ´visfuik´ en ´specifieke korf´ genoemd (dus geen aalvistuig). Hier konden de vissers geen kant mee uit want met deze middelen kunnen ze in de praktijk onmogelijk wolhandkrabben vangen.
Aangepaste aalfuiken
Om wolhandkrabben te kunnen vangen plaatste visserijbedrijf Klop te Hardinxveld-Giessendam 100 aalfuiken, die zodanig waren aangepast dat daar wel wolhandkrabben in achter bleven, maar palingen er zonder moeite weer uit konden zwemmen.
Dat was in strijd met de regeling en daarom beval het ministerie op 21 oktober om binnen tien dagen zijn aangepaste aalfuiken te verwijderen. Als stok achter de deur werd gedreigd met een dwangsom van 25.000 euro. In dezelfde brief weigerde LNV om Klop ontheffing te verlenen om tot 1 december met aangepaste aalfuiken op wolhandkrab te vissen.
Rechter vernietigt besluit
Klop maakte tegen dit besluit bezwaar en verzocht op 3 november de rechtbank Dordrecht een voorlopige voorziening te treffen. Met een fuik onder de arm en een emmertje krabben in de hand toog Klop donderdag 12 november naar de rechtbank en demonstreerde daar hoe paling makkelijk door het ruifje met wijde mazen in de fuik kan ontsnappen en de krab achter blijft.
De rechtbank veegde op 23 november de vloer aan met de voorwaarden in de ministeriële regeling. Daarbij was de bescherming van de paling overigens geen punt van discussie.
Wel oordeelde de bestuursrechter dat LNV in blijkbaar grote haast onzorgvuldig heeft gehandeld en met grof geschut schiet, zo vatte de advocaat van Klop, mr. Hermsen, samen. ,De minister heeft geen geld over voor controle, maar zadelt Klop wel op met een financiële strop, en de rechtbank acht dat onredelijk.’
De rechtbank overwoog in zijn uitspraak dat er nog geen concreet zicht is op nadeelcompensatie, dat Klop onevenredig zwaar benadeeld wordt en dat het ministerie van LNV hem geen reëel financieel alternatief biedt voor het vissen op wolhandkrab.
Het argument van LNV dat controle op aangepaste fuiken financiële gevolgen voor de overheid heeft, mag van de rechtbank niet doorslaggevend zijn. Op de vraag of controle op toegestane ´vistuigen´ en korven minder intensief zou zijn, had LNV geen antwoord.
Op verzoek van mr. Hermsen, werd niet afgewacht tot LNV zelf alsnog een ontheffing aan Klop verleende. De rechtbank besloot zelf de gevraagde ontheffing te verlenen.
Uitspraak alleen gevolgen voor Klop
“De uitspraak heeft alleen gevolgen voor Klop, hij had een ontheffing aangevraagd om met aangepaste fuiken op wolhandkrab te mogen vissen. Die was door ons geweigerd, maar zal door deze uitspraak nu toch mogen. Vooralsnog heeft de uitspraak geen gevolgen voor ons beleid. Krabbenvisserij is alleen mogelijk met een visfuik en korf”’, luidde de reactie van LNV.
“Vissers zullen inderdaad alleen met een eigen ontheffing op wolhandkrab mogen vissen”, aldus mr. Hermsen. “Menselijk geredeneerd zou het normaal zijn als alle collega´s met eenzelfde aangepaste fuik nu ook op de wolhandkrab zouden mogen vissen. Maar formeel gezien geldt het inderdaad alleen voor Klop, en lopen vissers een groot juridisch risico als ze zonder ontheffing gaan vissen.”
Herziening regeling?
Te verwachten is dat een heleboel vissers nu een ontheffing gaan vragen om met een aangepaste aalfuik op wolhandkrab te vissen, dat het ministerie de ontheffingen zal weigeren en dat al deze zaken bij de rechter terechtkomen. De kans is vervolgens groot dat de betreffende rechters de redenering van hun collega volgen, het besluit tot weigering van de ontheffing vernietigen en zelf een ontheffing verlenen. Dit lijkt niet bepaald een efficiënte gang van zaken in een tijdperk waarin we de administratieve lasten van bedrijven en de belasting van de rechterlijke macht zoveel mogelijk willen beperken.
Het zou daarom beter zijn als het ministerie zijn standpunt herziet en de regeling zodanig aanpast dat met aangepaste aalfuiken op wolhandkrabben mag worden gevist. Dat levert de vissers inkomsten op en zorgt bovendien dat de populatie schadelijke wolhandkrabben kleiner wordt.