Volgens de in 2007 uitgebrachte Beleidsnota invasieve exoten zou het exotenbeleid van de overheid op risicoanalyses gebaseerd moeten zijn. Het beleid komt in drie etappes tot stand: eerst geeft het Team Invasieve Exoten (TIE) een opdracht aan deskundigen om voor een bepaalde soort(groep) een risicoanalyse te maken, vervolgens brengt het TIE op basis hiervan een advies uit aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en tot slot stelt de minister vast welke maatregelen worden genomen.
De praktijk
Hoe dit in praktijk verloopt maakt de gang van zaken rond de exotische eekhoorns duidelijk. Het TIE gaf de Zoogdiervereniging in 2007 opdracht om hier een risicoanalyse over uit te brengen, omdat exotische eekhoorns een bedreiging kunnen vormen voor de inheemse rode eekhoorn, door concurrentie en het overbrengen van ziekten. De onderzoekers brachten in juni 2008
rapport uit aan het TIE. Op basis van dit rapport bracht het TIE in oktober 2008 advies uit aan de minister van LNV (op te vragen door mail aan
pd.info@minlnv.nl; is openbaar). Ruim een jaar later, in november 2009, maakte de minister van LNV haar beleid bekend door een
persbericht uit te brengen.
Bij vergelijking van het rapport van de Zoogdiervereniging en het advies van het TIE blijkt dat er opmerkelijke verschillen zijn tussen de risico-analyse van de onderzoekers en het advies van het TIE. Allereerst valt op dat het TIE niet uitgaat van het eindoordeel van de onderzoekers, maar alleen van de geschatte economische en ecologische impact. Wat de redenen hiervoor zijn, wordt niet door het TIE toegelicht. Tevens blijkt dat de minister haar beleid niet baseert op de risico-analyse (eindoordeel) van de deskundigen, maar voor 100% leunt op het advies van het TIE.
Onderzoekers: ‘Risico is onbekend’ – TIE: ’Risico is klein’
De Zoogdiervereniging geeft in het rapport aan dat het risico van de Peruaanse witnek eekhoorn en de Perney grondeekhoorn onbekend is, omdat onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. De onderzoekers sluiten niet uit dat deze soorten risico’s kunnen opleveren.
Toch worden deze soorten in het advies van het TIE niet genoemd en daarmee gelijkgesteld met soorten die volgens de Zoogdiervereniging geen risico opleveren.
“Op basis van de huidige kennis (sic!), lijkt het risico klein dat deze soorten zouden kunnen uitgroeien tot invasieve exoot, als ze onverhoopt in de Nederlandse natuur zouden terechtkomen,” zo stelt het TIE hierover in haar advies.
Kortom, volgens het TIE levert een soort waar de onderzoekers onvoldoende van afweten om het risico te beoordelen per definitie slechts een klein risico op. Het ministerie van LNV volgt het TIE hierin en noemt deze twee soorten in een toelichtende mail “niet relevant”.
Onderzoekers: ‘Risico is hoog’ – TIE: ‘Risico is matig’
De Zoogdiervereniging schat het risico van de Siberische grondeekhoorn hoog in (met grote onzekerheid) , terwijl het TIE het risico als matig beoordeelt.
Onderzoekers: ‘Risico is matig’ – TIE: ‘Risico is hoog’
De Zoogdiervereniging schat het risico van de Amerikaanse voseekhoorn matig in (met grote onzekerheid) , terwijl het TIE het risico als hoog beoordeelt.
Onderzoekers: ‘Risico is matig, met grote onzekerheid’ – TIE: ‘Risico is matig’
De Zoogdiervereniging schat het risico van de Chinese boomeekhoorn, Japanse eekhoorn en Amerikaanse rode eekhoorn als matig in, maar vermeldt daarbij dat de inschatting een grote onzekerheid heeft en het risico dus feitelijk hoger kan uitvallen. Toch wordt het risico door het TIE simpelweg als matig beoordeeld.
Onderzoekers: ‘Risico is laag, met grote onzekerheid’ – TIE: ‘Risico is laag’
De Zoogdiervereniging schat het risico van de Roodstaart eekhoorn, de Veelkleurige eekhoorn en de Amerikaanse grondeekhoorn laag in, maar geeft daarbij aan dat deze schatting een hoge onzekerheid heeft en het risico dus feitelijk hoger kan uitvallen. Toch worden deze soorten wordt in het advies van het TIE niet genoemd en daarmee gelijkgesteld met soorten die volgens de Zoogdiervereniging geen risico opleveren.
Bij de aanpak van de problematiek blijkt het ministerie van LNV blind te varen op het advies van het TIE. De afwijkingen van de risico-analyse blijven onbesproken, en zijn dus wellicht niet eens door het ministerie opgemerkt.
Verbod
Het ministerie van LNV geeft in het
persbericht aan dat ze alleen een verbod wil instellen voor drie soorten. Dit zijn de soorten waarvan door het TIE is aangegeven dat het risico (zeer) hoog is. Een soort die door de Zoogdiervereniging als hoog risico wordt aangemerkt (de
Siberische grondeekhoorn), wordt niet verboden.
Voorlichting
Voor de vijf soorten die volgens het TIE een matig risico opleveren (Siberische grondeekhoorn, Chinese boomeekhoorn, Japanse eekhoorn, Amerikaanse rode eekhoorn en Kaukasus eekhoorn) komt er volgens het persbericht van LNV “gerichte voorlichting aan hobbyhouders om verspreiding van deze soorten te voorkomen”.
In hetzelfde persbericht staat “De praktijk laat zien dat niet te voorkomen is dat deze dieren soms ontsnappen waarmee er een reële kans is dat ze zich in Nederland vestigen en verspreiden.” Dit komt overeen met hetgeen het TIE in haar advies hierover aangeeft: “Voorlichting kan bijdragen aan de afname van het introductierisico van uitheemse eekhoorns in de Nederlandse natuur. Met uitsluitend voorlichting blijft er echter een fors restrisico bestaan.” Voorlichting wordt in het TIE-advies aangemerkt als het instrument met het minste effect. Kortom: van deze maatregel hoeven we niet veel te verwachten.
Geen maatregelen
Voor alle soorten waarvan het risico door het TIE als laag wordt aangemerkt, gaat het ministerie geen beleid voeren. Dit geldt ook voor soorten waarbij de Zoogdiervereniging heeft aangeven dat er een grote onzekerheid over het geschatte risico bestaat (Roodstaart eekhoorn, de Veelkleurige eekhoorn en de Amerikaanse grondeekhoorn) of onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een risico-inschatting te maken (Peruaanse witnek eekhoorn en de Perney grondeekhoorn).
Conclusie
De conclusie die uit dit alles kan worden getrokken is dat het exotenbeleid in de praktijk op een belangrijk aantal punten niet of nauwelijks gebaseerd is op de risico-inschatting van de deskundigen. Dit heeft tot gevolg dat er geen preventieve maatregelen worden genomen tegen soorten die volgens de deskundigen wél een risico kunnen opleveren, of waarover de deskundigen te weinig informatie hebben om het risico in te kunnen schatten. Daarmee geeft de overheid deze soorten willens en wetens de kans zich hier te vestigen, te verspreiden en onomkeerbare schade te veroorzaken.