De bekendste en meest problematische soorten binnen de provincie Antwerpen zijn grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides), parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum) en waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora)
Het betreft soorten die o.a. in tuincentra te koop worden aangeboden en die zich vanuit voornamelijk particuliere vijvers verspreid hebben. Deze soorten woekeren enorm en kunnen de waterafvoer belemmeren en schade veroorzaken aan constructies in de waterlopen. Anderzijds hebben ze ook een negatief effect op de ecologie van de waterlopen.
Hoe verspreiden ze zich?
De eerste vestiging in een waterlichaam gebeurt meestal vanuit vijvers. In de meeste gevallen worden de planten na woekering in de vijver door de eigenaar in de waterloop of gracht gedumpt. In de provincie Antwerpen komen de exoten vooral voor in valleigebieden waar veel private vijvers te vinden zijn zoals in het Netebekken. Soms worden ze ook gekweekt in openbare wateren of privégrachten, die vaak in verbinding staan met waterlopen. Daarnaast kunnen overstromingen de verspreiding vanuit vijvers in het valleigebied in de hand werken. Verdere verspreiding van de planten gebeurt door stengelfragmenten die vrij gemakkelijk tot nieuwe planten kunnen uitgroeien. Deze fragmenten ontstaan vaak tijdens het ruimen van planten uit de waterlopen. De natuurvriendelijke machines die hiervoor worden gebruikt, zoals een maaikorf, snijden de planten af waardoor het risico op wegdrijvende stengelfragmenten groter is. Bovendien wordt het maaisel vaak op de oever gelegd zodat dit gemakkelijk terug in het water kan terechtkomen.
Aanpak in de provincie Antwerpen
Sinds 2005 worden in de provincie Antwerpen deze exoten consequent aangepakt. De aanpak bestaat uit 3 pijlers:
- inventarisatie van de verspreiding,
- het vermijden van nieuwe groeiplaatsen
- en tot slot de bestrijding op zich.
De provinciale dienst Waterbeleid coördineert alles, dit wil zeggen dat ook meldingen op waterlopen die niet onder hun bevoegdheid vallen, worden doorgegeven aan de verantwoordelijke waterbeheerders. Bovendien worden de lokale besturen geholpen bij de bestrijding indien het over langere trajecten gaat. De dienst Waterbeleid zorgt er ook voor dat de planten voldoende bekend zijn bij terreinmedewerkers van diverse besturen. Dit alles heeft er voor gezorgd dat de dienst nu op 285 locaties de aanwezigheid van deze exoten heeft vastgesteld.
Hiervan bevinden zich 42 locaties in provinciale waterlopen. Het aantal nieuwe meldingen neemt wel af, maar helaas blijven er toch jaarlijks nieuwe locaties bijkomen. Zo werden er in 2009 20 nieuwe locaties gevonden.
De bestrijding zelf gebeurde in geval van grote hoeveelheden met machines, maar dan met technieken die vermijden dat de planten versnipperd worden en verder verspreid worden. De beste techniek echter is de handmatige waarbij de kleine groeikernen met wortel uitgetrokken worden en dit minstens maandelijks in het groeiseizoen. Dit gebeurde door provinciale medewerkers, door gemeentelijke arbeiders en via sociale tewerkstellingsprojecten. Ondertussen kan de dienst Waterbeleid met trots melden dat er op 132 locaties geen exoten meer te vinden zijn. De eerste aandacht gaat uiteraard uit naar de provinciale waterlopen en men kreeg de planten weg op 26 van de 42 locaties, dus 62 % van de ooit aangemelde provinciale locaties zijn nu exotenvrij.
De laatste pijler, maar daarom niet de minst belangrijke, is het vermijden van de verspreiding van de soorten. Momenteel worden de planten nog verkocht in tuincentra en op markten. De voorbije jaren heeft de dienst actief de problematiek in de media gebracht, bij de federale en Vlaamse overheid aangeklopt en burgers actief benaderd indien zij exoten in hun vijver hadden staan. Het is bijna zover dat zowel de federale als de Vlaamse overheid bijna klaar zijn met verbodsbepalingen inzake invoer, verhandelen en verkoop (zie
dit Nieuwslogbericht). Er was recent ook nog een hoopgevend overleg met de sector van de tuincentra. Het is nu wachten op de definitieve goedkeuringen en hopen dat er voldoende toezicht wordt gehouden en de sector geen nieuwe probleemsoorten invoert.
Wat brengt de toekomst?
De provincie zal de bestrijding zoals deze al jaren wordt toegepast voortzetten. Er zijn echter sommige locaties waar de huidige aanpak niet werkt of niet haalbaar is. De dienst Waterbeleid is daarom ook recent ingestapt in een zogeheten Interreg IV-project rond invasieve exoten. In dit Europees gesubsidieerd project zullen tussen partners uit Vlaanderen en Nederland ervaringen met de huidige bestrijdingstechnieken worden uitgewisseld, de methodiek verder worden verfijnd en er zal worden gezocht naar alternatieve technieken die dan ook effectief uitgetest kunnen worden. Daarnaast lopen er ook allerlei onderzoeksprojecten rond het voorspellen van het invasieve karakter van deze soorten. Tot slot is ook een Europees project gestart rond communicatie en preventie waarbij het vooral de bedoeling is de tuinsector in al zijn facetten zeer actief te benaderen.
Meer info?