“In natuurgebieden leidt de overpopulatie bovendien tot verdrukking van de inheemse soorten en bastaardvorming. En tot vervuiling: een beetje gans schijt soms tot 1 kilo uitwerpselen per dag.”
Bron: www.nieuwsblad.be
Het is zeven uur ‘s morgens wanneer de Rato-wagentjes de parking van het Liedermeerspark oprijden. Er worden kano’s en netten uitgeladen. Verder op de vijver dobbert een kolonie Canadese ganzen. Ze kunnen momenteel niet zo goed vliegen, want het is ruiperiode. De ganzen stoten hun versleten veren af en duwen de nieuwe naar buiten. Dat beperkt hun vliegkunst en dus kunnen ze nu makkelijker worden gevangen.
De voorbije twintig jaar is de overlast door Canadese ganzen alsmaar erger geworden. Hun vraatzucht brengt aanzienlijke schade toe aan de landbouw. Op het moment dat de gewassen uitkomen, verenigen de ganzen zich in dezelfde omgeving. In geen tijd hebben ze een ontluikend tarweveld kaalgevreten. In Nederland betaalt men nu al bijna een miljoen euro uit aan gedupeerde boeren.
In natuurgebieden leidt de overpopulatie bovendien tot verdrukking van de inheemse soorten en bastaardvorming. En tot vervuiling: een beetje gans schijt soms tot 1 kilo uitwerpselen per dag. Dat is duidelijk te zien op de grasperken in het Liedermeerspark. Je moet constant kijken waar je je voeten zet.
Gedumpt tijdens vogelpest
‘In dit park leven vooral Canadese ganzen’, zegt Karel Van Moer van Rato. ‘Twintig jaar geleden zijn ze als siervogels voor het park geïmporteerd en ze zijn gebleven. Niemand die er toen aan dacht dat die ganzen zich zouden gaan vermeerderen. Toen een paar jaar geleden in het kader van de vogelpestbestrijding alle vogelhokken moesten worden afgedekt, kwamen particulieren liever hier hun Canadese ganzen dumpen. Niemand weet hoeveel er intussen zijn. Daarom zijn we nu, in samenwerking met Nederland, aan een telling begonnen.’
Vandaag zullen er in ieder geval niet te veel Canadezen gevangen worden, ze zijn hier met meer dan genoeg. ‘Trouwens, vangen en afmaken alleen volstaat niet. Je moet de overpopulatie al in het nest aanpakken. In het voorjaar zijn we daarom de pasgelegde eieren komen dooreenschudden of prikken, zodat er geen kuikentjes zouden uitkomen.’
Intussen is het tijd voor actie. Met een bootje varen we behoedzaam richting ganzen. Ze zwemmen samen traag rond een eilandje. Aan de achterkant is een net over het water gespannen.
Het gaat goed. De zwerm is tot tegen het net over het water gedreven. Ze zien dat er geen doorkomen meer aan is en volgen dan maar het net, dat hen uiteindelijk naar een grote kooi leidt. Het zijn er 33.
De Rato-mannen gaan de kooi binnen en met blote hand pakken ze de ganzen bij de vleugels om ze in grote transportkoffers te stoppen. De beesten slaan met de vleugels of ze pikken in de hand, maar de mannen geven geen krimp. Straks gaan de ganzen naar een veearts die ze een spuitje geeft. Rendac in Denderleeuw zal de kadavers tot brandstof verwerken.
1.000 ganzen
Terwijl de mannen de kooien afbreken om ze straks elders weer op te zetten – ze hopen 1.000 ganzen te vangen tijdens deze ruiperiode – moet één vraag nog gesteld: is dit niet bijzonder veel inspanning voor een beperkt resultaat? Karel Van Moer is het hier niet mee eens: ‘We moeten dit doen om fouten uit het verleden – de ongepaste import – recht te zetten. We moeten dit doen om de biodiversiteit in onze parken en de gewassen van de boer te beschermen. Dit is de juiste manier van handelen, anders was er nooit een budget van 750.000 euro vrijgemaakt voor deze Vlaams-Nederlandse samenwerking.’