Nederlands-Vlaamse samenwerking bij bestrijding exoten

Grote waternavel, brulkikker en Amerikaanse vogelkers
Nederland en Vlaanderen werken sinds kort samen bij de bestrijding van grensoverschrijdende invasieve exoten. Met name gaat het dan om de Amerikaanse brulkikker, de waterplant Grote waternavel, zogeheten ‘zomerganzen’ zoals de Canadese gans en de Nijlgans, en de Amerikaanse vogelkers. In het kader van het project is ook een website gemaakt: www.invexo.eu.

“Koop inheemse (water)planten. Vraag ernaar in de speciaalzaak of vijver- of tuincentrum.
Er zijn veel uitheemse planten en dieren waarvan de verkoop niet verboden is of die nu (nog) geen probleem vormen. Die soorten kunnen echter in de toekomst wel probleemsoorten worden.”
Bron: www.nieuwsbank.nl

Diverse uitheemse plant- en diersoorten verdringen de inheemse soorten en verstoren het natuurlijke evenwicht in vijvers en waterlopen. Ze bedreigen niet alleen de biodiversiteit, ze veroorzaken ook grote economische schade.
De Grote waternavel woekert al meer dan 15 jaar in waterlopen in Vlaanderen en Nederland. De Stierkikker zit nog niet in Nederland, maar wel in België, vlak bij de grens. Met Europese steun (Interreg-project Invexo, 2009-2012) wordt er grensoverschrijdend samengewerkt om onder meer deze probleemsoorten aan te pakken.
Ook waterschap Aa en Maas participeert samen met de ander drie Brabantse waterschappen op het onderwerp Grote waternavel ook in dit project. Op 6 juli gaven gedeputeerde Onno Hoes samen met zijn Belgische evenknie van de provincie Antwerpen het startschot. Langs de rivier de Mark in Hoogstraten vestigden terreinbeheerders en onderzoekers de aandacht op de lastige plant en de vraatzuchtige kikker.

Grote waternavel
Ecoloog Jeff Samuels van het waterschap Brabantse Delta voert al jaren strijd tegen de Grote waternavel. “De plant is via tuincentra in privévijvers terechtgekomen, en van daaruit in de waterlopen. Hij woekert en vormt zo een dik tapijt op het water, waardoor in het water zuurstoftekort ontstaat. Omdat hij de natuurlijke waterafvoer belemmert, kan hij ook overstromingen veroorzaken. Zijn groei is ‘explosief’: als het warm genoeg is, kan hij zich op één week verdubbelen! En elk fragmentje van een paar cm kan uitgroeien tot weer zo’n nieuwe groene mat op het water. Daarom moet er heel zorgvuldig en herhaaldelijk worden verwijderd, zoals hier op de Mark is gebeurd.” Met succes, want op dit moment is er geen Grote waternavel meer te zien.
“Misschien heeft de strenge winter, bovenop de intensieve machinale en manuele verwijdering, voor een extra slag gezorgd. Maar ondanks de inspanningen duikt de plant in volle zomer op steeds meer plaatsen op. Het kost jaarlijks honderdduizenden euro’s om de waterlopen vrij te krijgen, vrij te houden en het plantafval af te voeren.” Momenteel zoeken de partners in het laboratorium en in de praktijk uit wat de beste bestrijdingsmethoden zijn. De plant doet het ook goed op drassige oevers, daar is verwijdering extra moeilijk. De vraag is ook wat er met dat steeds toenemende plantafval moet gebeuren. Verwerking tot veevoeder of compost is een mogelijk spoor, er energie uit winnen door gisting een ander. Ook het probleem en de aanpak van andere invasieve uitheemse waterplanten zoals Waterteunisbloem en Parelvederkruid worden onderzocht.

Vraatzuchtige kikkers
De eigenaar van een privévijver in Hoogstraten schrikt behoorlijk wanneer een onderzoeksmedewerker een fuik uit het water haalt, met daarin de vangst van één nacht. “Ik had wel een paar kikkers verwacht, maar niet … dit”, zegt hij, wijzend naar de honderden door elkaar krioelende kikkervissen in verschillende stadia van ontwikkeling. Er zitten `dikkopjes’ tussen van 16 cm.

“Een volwassen Stierkikker kan tot 25 cm groot worden en een halve kilo wegen”, zegt Mieke Hoogewijs, soortencoördinator van de provincie Antwerpen. “Het is eigenlijk een Noord-Amerikaanse kikker, die aanvankelijk voor de kweek, voor zijn kikkerbillen dus, in Europa werd ingevoerd. Hij is in België in de vrije natuur terechtgekomen en verovert op verschillende plekken stilstaande, warme, ondiepe wateren met veel planten. Onder meer de inheemse kikkers en hun larven, libellen en vissen staan op zijn menu. Hij eet zelfs kleine watervogels en hun kuikens. Hij kan ook drager zijn van een schimmel die gevaarlijk is voor andere amfibieën. De Stierkikker behoort volgens experts internationaal tot “de 100 ergste exotische soorten”.
Voorlopig zit de Stierkikker nog niet in Nederland, maar wel vlak bij de grens. “In het voorjaar werden Nederlandse en Vlaamse vrijwilligers opgeleid. Ze houden elk een afgesproken gebied in de gaten om zo snel mogelijk de aanwezigheid van het beest te kunnen melden. Dat is belangrijk, hoe vroeger we erbij zijn, hoe beter.” Hoe ze de kikkers denken weg te krijgen? “In het laboratorium onderzoeken we of sterilisatie van volwassen dieren de uitbreiding van een populatie kan tegengaan. De volwassen Stierkikkers zijn schuw en moeilijk te vangen. Er zijn daarom ook experimenten met lokstoffen. In de provincie Antwerpen vergelijkt men nu verschillende methoden: wegvangen van de kikkervissen, laten leeglopen van vijvers, of snoek uitzetten, dat lijkt ook te helpen.”

‘Zomerganzen’

Dit zijn ganzen die na de winter niet wegtrekken, maar hier in de zomer blijven om in het wild te broeden. Daaronder worden verstaan uitheemse soorten zoals de Canadese gans en de Nijlgans. Maar ook de Grauwe ganzen, die inheems zijn in Vlaanderen en Nederland, en ontsnapte, verwilderde boerenganzen (soepganzen) worden bij de zomerganzen gerekend. De zomerganzen grazen en vreten aan landbouwgewassen, net in het groeiseizoen, en zorgen op die manier voor schade. Ook kwetsbare planten in natuurgebieden kunnen plaatselijk schade ondervinden door ganzenvraat. Zie ook dit Nieuwslogbericht

Amerikaanse vogelkers

Deze plant werd 100 jaar geleden in Vlaanderen en Nederland aangeplant, eerst voor houtproductie, later ook als bodemverbeteraar. In de jaren 1950 werd hij minder populair: hij palmde steeds meer de onderlaag van de bossen in. Hij werd ‘bospest’ genoemd. Dat ging gepaard met tientallen jaren felle bestrijding. Sinds de jaren 1990 is het duidelijk dat de Amerikaanse vogelkers nooit meer volledig zal verdwijnen. Het doel is nu meer om de boom ‘beheersbaar’ te houden in de bossen. Op de heide blijft hij wel volledig ongewenst.
Preventie is goedkoper dan bestrijding
Over één ding zijn alle experts het eens: preventie is véél goedkoper dan bestrijding. “We moeten vermijden dat er nog meer of nieuwe uitheemse probleemsoorten bijkomen.”

Wat kunt u doen?
Draag mee de boodschap uit dat uitheemse planten en dieren schade kunnen aanrichten:
- natuurschade: ze kunnen inheemse soorten verdringen of doen verdwijnen (met als gevolg minder biodiversiteit;
- economische schade: ze kunnen teelten in gevaar brengen en volgehouden bestrijding is ontzettend duur.
  • Koop inheemse (water)planten. Vraag ernaar in de speciaalzaak of vijver- of tuincentrum.
  • Er zijn veel uitheemse planten en dieren waarvan de verkoop niet verboden is of die nu (nog) geen probleem vormen. Die soorten kunnen echter in de toekomst wel probleemsoorten worden.
  • Zorg ervoor dat uitheemse (water)planten en dieren in geen geval ‘ontsnappen’ naar de vrije natuur.
  • Gooi planten uit vijver of aquarium bij het gft of op de composthoop, nooit in een vijver, sloot of waterloop. Laat ook geen vissen, schildpadden, slakken, kreeftjes en watervlooien uit uw aquarium of vijver vrij in de natuur. Ze horen er vaak niet thuis en kunnen schade veroorzaken.
  • De inheemse amfibieën zijn beschermd. Die mogen dus niet zomaar verkocht worden. Laat u niet verleiden om dan voor uitheemse probleemsoorten te kiezen. Een vijversysteem ontwikkelt zich vanzelf. Door er zelf soorten in te brengen, verstoort u die ontwikkeling. Inheemse kikkers en salamanders vinden zelf de weg naar uw vijver.
  • Laat sierganzen niet ontsnappen en/of verwilderen. Dat kan door:
    - hun ruimte te overdekken;
    - hun ruimte te overdekken;
    - hen voldoende voedsel en ruimte geven zodat ze geen drang hebben om te ontsnappen;
    - wegvliegen onmogelijk te maken door het laatste vleugellid te verwijderen (leewieken);
    - ze te laten steriliseren.
  • U houdt of kweekt het best geen uitheemse ganzen (zoals Canadese gans, Nijlgans, Magelhaengans). We weten dat ze zich in onze streken kunnen handhaven en van nature agressief zijn. Als ze per ongeluk toch zouden ‘ontsnappen’, veroorzaken ze op sommige plekken veel schade.
  • Problemen met uitheemse dieren voorkomen is veel goedkoper en diervriendelijker dan bestrijding.


reageer


  • Inloggen met Facebook

  • Advertentie

  • Ontvang het laatste nieuws van Nieuwslog in je mailbox. Selecteer de dossiers van je keuze en blijf op de hoogte via onze dagelijkse nieuwsbrief. Probeer ‘m nu! Bevalt het niet dan is opzeggen met 1 klik geregeld.