
“Onze inheemse rivierkreeft, verdrongen door al het allochtone geweld, komt nog maar op één plek voor in Nederland.”
Bron: www.jeroenverhoeff.com
In een Vlaardingse volkstuinsloot zag ik een kreeft liggen die aan het vervellen was. Kreeften moeten vervellen om te kunnen groeien. Dan wordt hun oude pantser zacht en daaronder groeit het nieuwe, eveneens zachte pantser. Vervolgens gaat hun rugpantser onderaan open en trekken ze hun staart uit het oude omhulsel. Dan trekken ze hun voorkant er uit waardoor hun oude bovenarmen splijten omdat die dikke scharen er door moeten. Als ze eindelijk vrij zijn pompen ze zichzelf een maatje groter en worden ze weer hard. Een vermoeiende bezigheid en gevaarlijk bovendien, want een hoop dieren lusten graag een zachte kreeft. Dit is mijn eerste rode Amerikaanse rivierkreeft die ik Nederland vind.
Ik heb als jochie ooit kleine Turkse rivierkreeftjes bij de visboer gekocht. Bedoeld voor consumptie, maar ik deed ze in een aquarium waar ik gebiologeerd toezag hoe ze vervelden, andere aquariumbewoners opvraten en zo uitgroeiden tot meer dan 20 cm lange monsters. Via ontsnappingen uit kwekerijen, uitzettingen door vissers en aquariumliefhebbers komen nu in Nederland de Amerikaanse gevlekte rivierkreeft, de rode Amerikaanse rivierkreeft, de Turkse rivierkreeft en de marmerkreeft voor en waarschijnlijk nog wel een andere soort of wat. Vooral de gevlekte komt massaal voor.
Onze inheemse rivierkreeft, verdrongen door al het allochtone geweld, komt nog maar op één plek voor in Nederland. Als je een verse vervelling van een kreeft vindt, kun je hem met spelden en een stuk karton prepareren. Door het slijm dat hij gebruikt om uit zijn oude pantser te kunnen kruipen droogt het geheel op tot iets waarvan je nauwelijks ziet dat het maar een velletje is.