De band Arcade Fire werd met hun debuutalbum Funeral de muziekhemel in geprezen. Maar hoe ik ook mijn best deed: het heeft mij, op een enkel nummer na, niet kunnen bekoren. Anders is dat met hun derde album: The Suburbs.
“The bulk of The Suburbs focuses on a quiet desperation borne of compounding the pain of wasting your time as an adult by romanticizing the wasted time of your youth.”
Bron: pitchfork.com
Arcade Fire staat voor bombastische muziek die veroorzaakt wordt door een drukke orkestratie. Je zou het post-punk, barokpop en/of indie-rock kunnen noemen. Een eclectisch mengsel met invloeden uit de Klassieke muziek, maar ook Noise. Naast de gebruikelijke gitaren en drums en keyboards bedient/bespeelt de band onder ander ook sirenes, megafoons en een draailier. Normaal gesproken zou dit mijn aandacht vasthouden, maar dat is Arcade Fire met hun eerste twee albums niet gelukt. Het sombere van Funeral en het prekerige van Neon Bible deden me steeds vroegtijdig afhaken.
Anders is dat met The Suburbs. Het album opent met het titelnummer en dat blijkt een vrolijk klinkend uitnodigend nummer te zijn dat gemakkelijk je gehoor binnenwandelt. Genoeg uitnodigend om het tweede nummer, dat niet aan mijn verwachting voldoet, uit te zitten.
Vroeger in de platenzaak met de koptelefoon op m’n hoofd rekende ik uit of ik met de LP goedkoper uitwas dan bijvoorbeeld 3 singles. Met andere woorden: staan er 4 nummers op die de moeite waard zijn dan is de aanschaf van de plaat de moeite waard en mocht ik ‘m van mezelf kopen.
Arcade Fire is voor deze test met de nummers Suburbs, Rococo, City With No Children, Half Light I, Deep Blue en We Used To Wait ruimschoots geslaagd. Al is het niet met de rekensom van destijds te vergelijken. The Suburbs bestaat uit 16 nummer (ruim een uur speeltijd) en die hadden al snel een dubbelelpee gekost.
Kenners noemen The Suburbs een popachtige plaat. Voor mij is de toegankelijkheid van de muziek voldoende opgeschroefd om te genieten van Arcade Fire. Driemaal is …
Diederik – Nieuwslog (c)