
‘De atheïst ontkent eenvoudigweg wat de theïst zegt. Dit betekent dat het atheïsme niet kan bestaan zonder het theïsme. Theïsten geloven dat er een God bestaat met bepaalde, specifieke kenmerken: God is goed, persoonlijk, almachtig, alwetend, alomtegenwoordig en de schepper van de wereld. Deze God, geschreven met een hoofdletter, is de God waarvan het bestaan door de atheïst wordt ontkend.’ – De Lachende Theoloog aan het woord, in twee delen, op zijn blog ‘Het Atheïsme van Paul Cliteur’.
Waarom maakt de atheïst zich zo druk over het agnosticisme? Het punt is dat het agnosticisme in dezelfde vijver vist als de atheïst. De atheïst beroept zich voortdurend op de redelijkheid van de mens en op de inzichten van de moderne wetenschap. Maar redelijkheid en naturalisme zijn ook de ingrediënten waarop het agnosticisme zich beroept: het agnosticisme lijkt zelfs redelijker en objectiever dan het atheïsme! (De Lachende Theoloog)
Over het ‘smalle’ atheïsme dat volgens Paul Cliteur geen levensbeschouwing is. En over theoloog Allister McGrath die juist meent dat het smalle atheïsme onjuist is: McGrath gelooft dat het atheïsme wel een levensbeschouwing is. De Lachende Theoloog betrekt, via Cliteur ook het agnosticisme erbij. Volgens laatstgenoemde is het in de praktijk onmogelijk om agnost te zijn: je bidt wel of je bidt niet.
Een atheïst is dus geen ongelovige, hij geloofd namelijk dat God niet bestaat.
Juist. En atheïsme is dus ook een levensbeschouwing.