Mohammed was geen moslim

En Jezus geen christen, Mozes geen jood. Volgens de schrijver van het boek Thora, Evangelie en Koran, Anton Wessels, vallen deze drie niet samen met wat respectievelijk jodendom, christendom en islam ervan gemaakt hebben. Bijbel en Koran zijn bedoeld in samenhang gelezen, verstaan en uitgelegd te worden bij voorkeur door alle drie samen: jood, christen en moslim.

Over dit thema debatteert emeritus Anton Wessels, hoogleraar godsdienstwetenschap aan de vrije Universiteit met Alex van Heusden, filosoof en theoloog, woensdagavond 24 november in het Kirchnercafé in Amsterdam, onder leiding van Tiers Bakker, ter gelegenheid van de presentatie van het nieuwste boek van Anton Wessels ‘Thora, Evangelie en Koran, drie boeken, twee steden, één verhaal.’

Toegang: 5 euro (studenten op vertoon van collegekaart gratis.)
Plaats: Ignatiushuis, Beulingstraat 11 in Amsterdam.

Het Kirchnercafé stelt het op prijs als je je komst wilt bevestigen via e-mail: info@boekhandelkirchner.nl of per telefoon: 020-6244449.


reacties
Eric Tefler 23 jan 2011, 18:38

Mozes werd de middelaar van een verbond dat God met de zonen van Israël sloot. Dat verbond bevestigde de belofte die aan Abraham was gegeven. God liet Mozes Zijn voorschriften en geboden (de Wet genaamd) optekenen, welke de leiding bevatten die de mens in die tijd nodig had. Die leiding is te vinden in de thora. Gods speciale bejegening van de zonen van Israël was afhankelijk van hun gehoorzaamheid aan zijn geboden. — Exodus 19:5; Deuteronomium 9:5, 6.
Bovendien moest men niet alleen liefde tonen jegens mensen van het eigen ras maar ook jegens anderen. De thora zegt: “Ingeval een inwonende vreemdeling bij u in uw land vertoeft, moogt gij hem niet slecht behandelen. . . . Gij moet hem liefhebben als uzelf. — Leviticus 19:33, 34; zie ook Deuteronomium 10:17-19.
Het doel van de Wet
Het was Gods voornemen dat alle natiën der aarde zich door bemiddeling van Abrahams “zaad zouden zegenen (Genesis 22:18). Maar God sloot het Wetsverbond alleen met de natie Israël en niet met alle natiën der aarde (Deuteronomium 5:1-3; Psalm 147:19, 20). Daarom was de Wet op zich niet het doel maar veeleer een middel tot de vervulling van Gods voornemen. Wat was dan het doel ervan?
De Wet onderwees Gods vereisten en stelde alle vals-religieuze opvattingen die de mens had ontwikkeld nadat hij uit het paradijs was verdreven, als onaanvaardbaar aan de kaak (Deuteronomium 18:9-13). Door elk contact met de omringende natiën tot een minimum te beperken, beschermde de Wet Israël ook tegen de walgelijke praktijken en valse aanbidding van die natiën. — Deuteronomium 7:5, 6.
De Wet maakte duidelijk dat alle mensen, met inbegrip van de Israëlieten, zondaars waren die verzoening nodig hadden. Omdat de Wet haar oorsprong vond bij God, was ze heilig en vormde ze een maatstaf voor volmaaktheid. Iedereen die zich er volmaakt aan kon houden, zou het leven waardig zijn (Leviticus 18:5). Hoewel de zonen van Israël zich aan de Wet probeerden te houden, lukte hun dat niet omdat zij net als alle andere mensen onvolmaakt waren — nakomelingen van Adam. Wanneer hun gedrag werd afgemeten naar de maatstaven van de Wet, schoten zij tekort; zij bleken zondaars te zijn, de dood waardig. Dit was in overeenstemming met de goddelijke gerechtigheid, die zegt: “Het loon dat de zonde betaalt, is de dood.” — Romeinen 6:23.
Zonder zijn eigen wet geweld aan te doen ondernam God stappen tot redding van de mensheid, die ongewild zonde en de dood had geërfd. Barmhartig beklemtoonde God daarom in de Wet dat er iets nodig was dat verzoening zou doen voor zonden, of ze zou bedekken. Hij verklaarde: “De ziel [het leven] van het vlees is in het bloed, en ikzelf heb het ten behoeve van u op het altaar gegeven, om verzoening te doen voor uw ziel, want het is het bloed dat verzoening doet door de ziel die erin is.” — Leviticus 17:11-14.
Bloed wordt daarom bezien als het equivalent van leven. Bijgevolg kon de zondaar, in plaats van te moeten sterven omdat hij Gods geboden had overtreden, een dier als slachtoffer op Gods altaar aanbieden. In feite nam het leven van het geofferde dier de plaats in van het leven van de zondaar. Het bloed ervan deed verzoening — dat wil zeggen, in de mate waarin dit mogelijk was (Leviticus 17:11; Hebreeën 9:22). Het slachtoffer moest gaaf en zonder smet zijn, want God had de zonen van Israël de vermaning gegeven: “Het [dient], om goedkeuring te verwerven, werkelijk een gaaf dier . . . te zijn. Het dient geen enkel gebrek te vertonen” (Leviticus 22:21; Deuteronomium 15:21; 17:1). God legde aldus de grondslag voor begrip van het beginsel van een losprijs als een prijs die betaald wordt om een leven te redden. Maar er zou verdere leiding worden verschaft bij monde van Gods profeten.

Eric Tefler 23 jan 2011, 21:28

In de islam is er geen verval van de menselijke natuur noch een oorspronkelijke zonde. De moslims geloven niet alleen in de zending van Mohammed, hun profeet, maar ook in die van alle boodschappers die aan hem zijn voorafgegaan: Adam, Noach, Abraham, Mozes, Johannes de Doper, Jezus Christus, enzovoort. Zij geloven in de Psalmen, de thora (Wet van Mozes) en het evangelie, maar zij beweren dat sommige boeken door mensen zijn gewijzigd, waardoor de goddelijke persoon is verduisterd. De taak van Mohammed, “Zegel der profeten”, was de goddelijke openbaring in haar oorspronkelijke staat te herstellen.

reageer


  • Inloggen met Facebook

  • Ontvang het laatste nieuws van Nieuwslog in je mailbox. Selecteer de dossiers van je keuze en blijf op de hoogte via onze dagelijkse nieuwsbrief. Probeer ‘m nu! Bevalt het niet dan is opzeggen met 1 klik geregeld.