God was boos. Vreselijk boos. Zo geweldig als alleen God dat vermag. Met bliksemschichten, orkaanzuchten en droogtebuien. Boos op de wereld en vooral op de mensen die daar op rondliepen in één grote onoverzichtelijke wanorde. In één alles overweldigende chaos. God besloot om in te ingrijpen. Die mensjes moesten worden gestraft. Onvoorstelbaar hard gestraft.
Dus bedacht God een plan. Een plan zo geniaal en zo alles omvattend dat alleen een God dat kan bedenken. Hij besloot een vreselijke plaag naar de aarde te sturen. En wel onmiddellijk.
En aldus geschiede. God stuurde zijn meest ervaren managers op de wereld af. Hij gaf ze hun meest vernietigende wapen mee : de planning.
Eenmaal op aarde geland gingen de managers direct aan het werk. Hun opdracht was orde scheppen en dat deden ze. Indien niet goedschiks dan maar kwaadschiks. In ieder geval Godschiks. Alles in de wereld werd opgenomen in één grote planning. Overal werd er gesneden, soms met een scherp mes, vaak met de botte bijl. Maar de wereld moest en zou overzichtelijk worden.
Het grootste probleem voor de managers was het plannen van de dagen voor werk en vrije tijd. Dat was een grote rotzooi. Iedereen deed maar wat. De ene nationale feestdag was hier nog niet achter de rug of de andere mondiale feestdag was ginder alweer aan de beurt. Een onmogelijke situatie. Dus besloten de planners dat er een sluitend systeem moest komen. Als basis werd uitgegaan van de christelijke indelingen van het jaar, de werktijd en vrije tijd. Dat was te overzien. Nieuwjaar was Nieuwjaar, Kersmis viel ook overal op zowat dezelfde dag onder te brengen. Vele heiligen moesten hun feestdag inleveren. Te plaatselijk of te willekeurig van tijd. De dagen voor Maria en Jozef werden de norm. Elk een vaste dag. Van dat gegeven uit kregen al de anderen hun plek. En wie geen plek had viel van de kalender. Hij of zij mocht nog wel gevierd worden, maar de planners dienden er geen rekening mee houden in hun mondiaal jaaroverzicht. Toch bleven er nog genoeg problemen. Zo was de feestdag voor Maria op 15 augustus meteen ook overal Moederdag. Twee feestdagen op één dag was slecht voor de commercie. Dus kregen de plaatselijke planners de vrijheid om Moederdag waar dan ook te plaatsen. Als het maar geen algemene vrije dag werd.
Zo vonden ze voor alles een oplossing, behalve voor Pasen. Dat was een veranderlijke feestdag die je niet zomaar kon afschaffen zonder God nog bozer te maken. Pasen op een vaste dag vieren was ook geen optie. Daar was de hele Familie tegen. Dus besloten de managers om de oude truc van Moederdag tevoorschijn te halen te moderniseren. Als overgangsmaatregel werd Pasen eerst uitgeroepen tot Voorjaarsdag. Dat was een eenvoudige ingreep. Daarbij was Voorjaarsdag vast te pinnen op de eerste Lentedag. De planners besloten dat voortaan, op de hele wereld, voorjaarsdag zou worden gevierd. Omdat iedereen op voorjaarsdag vrij kreeg was er weinig weerstand. De Aartsengelen van de logistiek juichten het initiatief toe. De Engelen van de inkoop deden een dansje van blijdschap. De Cherubijnen van de reclame tuimelden over elkaar heen van vreugde.
Als volgende stap besloten de managers dat Pasen nog altijd een feestdag was (ze hadden God al zijn zware wenkbrauwen horen fronsen) maar dat die feestdag voortaan plaatselijk gevierd zou worden. Als hij maar op een zondag bleef vallen. Paasmaandag kon dan nog vrij worden gegeven als men dat in de CAO kon regelen. De andere dagen rond Pasen kon men schrappen. Dat was op zichzelf niet moeilijk. Witte Donderdag was op de hele wereld al vergeten en of Goede Vrijdag op een vrijdag moest vallen stond ook wetenschappelijk ter discutie. Zo was meteen het probleem van de veranderlijke feestdag opgelost. Het managersplaatje werd overzichtelijk.
God keek naar de voorstellen van zijn managers en zag dat het economisch goed was. Zo zou er eindelijk ook weer orde op aarde komen. Een goede ingreep, die nog goedkoper was dan een zondvloed.
De wereld om mij heen