Fly

Het was een prachtige zondagochtend en ik besloot even de deur uit te lopen om een krant te kopen. Het was nog vroeg, maar toch al lekker warm. Ik keek om mij heen, voelde mij blij en gelukkig. Ik was in New York. Het was mijn tweede zondag van de vele zondagen die nog zouden volgen. Het was stil op straat. Stil naar New Yorkse begrippen dan. In de verte was de alom aanwezige sirene van een politieauto te horen. Lijnbussen trokken stevig op bij de verkeerslichten. De winkeliers waren  druk bezig met het buiten zetten van hun koopwaar. De handel moet draaien, ook op zondag. De Vietnamese groenteman probeerde zijn groenten en fruit nog fraaier neer te leggen. Een zachte sprinkler liet een mistige regen van vochtige lucht neerdalen op de mooi opgestapelde mango’s, de trosjes bananen, de slakroppen, de tomaten.  

Er waren nog nauwelijks voorbijgangers. Ik besloot om eerst een wandelingetje te maken. Broadway af tot bijna aan Central Park, dan door naar Times Square, rond het pleintje van Times Square en dan terug via de andere zijde van Broadway.

Ik voelde me bijzonder goed. Die middag zou ik een gesprek hebben met iemand van het instituut waar ik een cursus zou gaan volgen. Ook dat  kan op een zondag in New York. Lichtvoetig liep ik de krantenman voorbij. Het had geen zin om de zware weekend editie van de New York Times mee te zeulen. Ik stak het kruispunt over en liep met een soort huppelpasje langs etalages, vuilcontainers, buitenslapers, boekenkraampjes.

Een veel te dikke man stond op van een bankje, keek naar mij, lachte en riep “fly”. Leuk, dacht ik, dat zoiets kan in zo een grote stad. Ik wapperde een beetje met mijn armen en probeerde een paar sprongetjes. Een ober die bezig was om de tafeltjes keurig neer te zetten, onderbrak zijn werkzaamheden even, keek naar mij en riep “fly”. Ik voelde mij overmoedig worden en zwaaide met mijn handen, maakte een rondje en een buiging en huppelde verder. Ik voelde mij te blij om in een lied uit te barsten. Ik zingen, daar was de ochtend te mooi voor. Bij Times Square liep ik voorbij de souvenirwinkels waar  toeristen hun keuze stonden te maken uit alle mogelijke soorten Appels en Vrijheids beeldjes. Ik lachte en boog voor een groep Japanse wereldreizigers die druk in de weer waren met hun peperdure camera’s.

De man van de kaartjeskiost op Times Square, die net bezig was met het buitenhangen van de lijsten van de voorstellingen waarvoor tickets tegen halve prijs beschikbaar waren, ging helemaal mee in mijn vrolijke stemming en riep “fly”. Ik bleef mijn uiterste best doen om een vogel na te bootsen, om te klapwieken en mij met sprongetjes van de aarde los te maken.

Het geheel was natuurlijk tot mislukken gedoemd, maar wat maakte het uit. De mensen vonden het leuk en keken me lachend na en ik voelde me beter dan ooit.

Broadway was, aan de  kant waar ik langs terugliep, minder boeiend. Teveel kantoorgebouwen, een postkantoor, een paar banken en een drankenwinkel die nog verscholen ging achter een stevig pantser van een stalen rolluik. Twee dames stonden bij een kraampje iets te eten. De dame die in mijn richting keek gaf haar vriendin een por en beide keken ze mij lachend na. Ik maakte nog een half mislukte draai om mijn as om het geheel nog wat op te leuken. Wat kon het mij schelen.

Echt gelukkig zijn hangt niet af van een al dan niet gelukte pirouette.

De krantenman op de hoek van “mijn” straat had geen weekend krant meer. Maar ook hij was in een beste stemming en zei “fly””. Jammer voor de krant, maar niets aan te doen. Ik moest straks toch weer de straat op en zou vast wel ergens het pak krantenpapier van meer dan 100 pagina’s kunnen kopen.

Na een naar mijn gevoel geslaagde ochtendwandeling stond ik terug in de hal van het flatgebouw. Ik drukte op de knop voor de lift. De deur ging open en ik stapte in. De achterwand van de liftkooi bestond uit één grote spiegel. Terwijl de deur achter mij sloot keek ik blij lachend naar die vrolijke man die even vrolijk lachend voor mij stond.

Daar stond ik dan in New York. Ten voeten uit. Ik keek en opeens begreep ik waarom die mensen op straat “fly” hadden geroepen. Mijn gulp (fly) stond open.

De wereld om mij heen.


reacties
Diederik 10 mei 2011, 15:57

Deze is voor mij echt te cryptisch. Ik weet nog steeds niet waarom Hendrik aangesproken werd met “fly”. Ik vermoed vogelpoep!

    Hendrik 10 mei 2011, 18:02

    Fly is het Engelse woord voor gulp en wordt je nageroepen als je gulp open staat.

reageer


  • Inloggen met Facebook

  • Advertentie

  • Ontvang het laatste nieuws van Nieuwslog in je mailbox. Selecteer de dossiers van je keuze en blijf op de hoogte via onze dagelijkse nieuwsbrief. Probeer ‘m nu! Bevalt het niet dan is opzeggen met 1 klik geregeld.