
De Arctic Monkeys zijn volgens velen een ondergewaardeerde band. Met nog niet 1 single die ooit de Nederlandse top 40 heeft gehaald, maar wel met een nummer 1 notering voor hun tweede album, vind ik dit echter wel meevallen.
We kennen de Britse indie rockband van de nummers ´I bet you look good on the dancefloor´ en ´When the sun goes down´, maar vooral van hun albums: het debuut ‘Whatever people say i am, that’s what I’m not’, het nummer 1 genoteerde ‘Favourite worst nightmare’ en hun laatste eveneens hoog genoteerde ‘Humbug’.
Deze week is daar nummer vier bijgekomen: ‘Suck it and see’. Suck it and see is een Britse uitdrukking voor iets nieuws. In combinatie met de titel van het eerste album is dit een voltreffer. De Arctic Monkeys proberen niet iemand na te doen of per se een bepaalde stroming uit te dragen. Nee, ze proberen vooral zichzelf te zijn en muziek te vernieuwen.
Ik denk niet dat ze met dit album nou nog echt de muziekscene vernieuwen, omdat de indie rock de laatste jaren al een gestage opmars heeft ondergaan en zelfs de sprong over de oceaan naar de Verenigde Staten heeft overleefd. De Arctic Monkeys zetten echter met dit album een dikke streep onder de nieuwe alternatieve stromingen. Veel mensen vergeten dat met de no nonsense houding van de band de muziekscene mede is veranderd en dat de indie zo aan zijn opmars heeft mogen beginnen. Zouden we de Arctic Monkeys dan pioniers mogen noemen?
Feit is in ieder geval dat de band weer een sterke plaat uitbrengt die zeker het beluisteren waard is!