De laatste tijd wordt er veel over geschreven en gesproken. De vrijheid van Godsdienst. Maar wat is dat precies, die vrijheid, en waarvan?
Godsdienst (het dienen/vereren van een God) is een geloofsvorm die uitgaat van het bestaan van een Godsfiguur. Er zijn in de wereld vele geloofsvormen (religies) die niet uitgaan van een Godsfiguur. Als ik mij niet vergis kent het Buddhisme geen God, evenmin als het Confucianisme. Daarnaast zijn er geloofsuitingen die een hele stoet van Goden vereren en zijn er ook vereerders van voorwerpen (de Aboriginals van Australië bijvoorbeeld), aanbidders van de zon en van andere natuurverschijnselen.
Vele van deze geloofsgemeenschappen kennen gebruiken en rituelen die bij ons nogal vreemd overkomen. Zo zijn er in India geloofsgroepen die de lichamen van hun overledenen door aasvogels laten opeten of die de lichamen aan een rivier toevertrouwen. Zoiets is hier te lande niet gebruikelijk, maar wel een onmisbaar onderdeel van het betreffende geloof. Er zijn mensen die met een monddoekje rondlopen en de aarde voor hun voeten opzij vegen omdat ze van hun geloof geen enkel wezen mogen doden. Om maar niet te spreken van de grote groep Indiase mensen voor wie de koe een heilig dier is dat vrij moet kunnen rondlopen en waarvan in sommige gevallen de urine als geneesmiddel wordt gedronken.
De wat meer bekende Voodoo is een geloofsvorm. Net zoals de vele vormen die het geloof kent in Afrika en in andere werelddelen.
Vlak daarbij Europa niet uit. Ook Europa kent zijn kleine fanatiek geloofsgemeenschappen. Indien ik mij niet vergis heeft er een tijd in Amsterdam een Satanskerk bestaan die werd erkend als geloofsgemeenschap. Volgens de Engels auteur Arkon Daraul bestonden aan het einde van de vorige eeuw in Rusland en in de Balkanlanden nog steeds cellen van geloofsgemeenschappen die zichzelf De Castreerders noemden. Bij de initiatie moesten de leden de belofte afleggen om, na het verwekken van maximaal 2 kinderen, zich te laten castreren om zo de hoogste geloofsextase te kunnen bereiken.
Waarom geef ik die extreme voorbeelden. Omdat het mij niet duidelijk is of dergelijke geloofsgemeenschappen ook onder de regeling van de Godsdienstvrijheid vallen.
Voor de meeste West-Europeanen is de Islam de Islam. Daarbij wordt vergeten dat de Islam zo divers is in zijn samenstellingen als het Protestantisme en de Gereformeerde Gemeenschappen. We weten al iets meer over de Shiíten en de Soenieten en de Walabieten, geloofsvormen waarvan de leden met moeite samen door één deur kunnen, maar we weten weinig van alle ander Islamitische denominaties. Volgens kenners zouden er nog steeds volgelingen van Hassan-ibn-Sabbah onder de Moslims bevinden. Deze mensen zijn beter bekend als de Assasijnen, een gesloten geloofsgemeenschap die tot taak heeft om andersdenkenden uit te moorden. Dat zou de verklaring kunnen zijn voor het ontstaan van de Talibaan.
Ik ben niet van mening dat we onze medeburgers die er een andere levensvisie en geloofsovertuiging op nahouden nu direct aan de schandpaal moeten spijkeren of de grens moeten over zetten. We moeten ons echter wel bedenken dat we met het introduceren van mensen uit andere regio’s en uit andere culturen het gevaar lopen dat we ook andere geloofsovertuigingen importeren. Geloofsovertuigingen die in hun beleving en hun rituaal ingaan tegen de hier heersende gebruiken. Vraag is of we daar zijn op voorbereid. Of sommige van die voor ons bizarre geloofsovertuigingen geen beroep kunnen doen op onze regeling van Godsdienstvrijheid om zich over te geven aan handelingen die voor de rest van de samenleving als kwetsend of bedrijgend worden ervaren. De lontjes zijn kort als het gaat om geloofskwesties. Per slot van rekening is het verschil tussen de katholieke en de protestantse Ieren ook niet zo groot en toch moorden die elkaar al jaren uit, waarbij ook niet belanghebbende als slachtoffer vallen.
Deze vaststelling brengt mij op het punt van een toch opmerkelijke zaak. We praten over de Godsdienstvrijheid en de rechten van de Godsdienstbeoefenaars. Maar hoe staat het met de rechten van de niet-godsdienstige. Elkeen heeft momenteel blijkbaar het recht om mij een ongelovige hond te noemen en mij, om het feit dat ik niet geloof, een aantal vreselijke ziektes toe te wensen en mij eventueel met een vroegtijdig overlijden te bedreigen.Daar heb ik geen wettig verweermiddel tegen. Ook in mijn levenssfeer sta ik machteloos. Gebruik is om symbolen van de ene Godsdienst te vermijden als men iemand van een andere Godsdienst verwacht, om deze gast niet te kwetsen. Maar als een niet Godsdienstig persoon ergens zijn opwachting maakt denkt men er niet aan om de godsdienstsymbolen weg te halen. Als vanzelfsprekend gaan de meeste officiële plechtigheden gepaard met de een of andere kerkdienst. Dat zijn dan ook de enige momenten dat de kerken nog vol zitten. Is het niet logisch dat de mensen die de behoefte hebben aan een kerkdienst of een rituele bijeenkomst, zoiets doen onder gelijkgestemde vóór de openbare plechtigheid. Ach, ik stoor mij al lang niet meer aan het luiden van de kerkklokken, maar wat zou men er van zeggen indien ik elke dag om zes uur een klok zou luiden om mijn familieleden naar binnen te roepen.
Mijn tolerantie wordt vanzelfsprekend gevonden en ik weet het, de tijd van de inquisitie ligt al weer een paar jaar achter ons. Maar telkens als er een Godsdienstig getint conflikt uitbreekt is het weer duidelijk dat de resultaten uit het verleden op het gebied van de verdraagzaamheid geen garantie zijn voor de toekomst. Sla de krant open en zie hoeveel aan Godsdiensten gerelateerde oorlogen er nog dagelijks worden uitgevochten.
Het woord “bijgeloof” geeft goed aan waar het probleem schuilt.. “Bijgeloof” wordt gebruikt voor een ander geloof dan “mijn geloof” en bijgeloof is steeds negatief. Die zelfzekerheid van “ik heb gelijk” is de wortel van alle kwaad.
De wereld om mij heen.
Mooi overzicht , sta mij toe dicht bij huis een voorbeeld toe te voegen.
tegenwoordig hebben we verzorgingshuizen voor mensen die stemmen horen
maar vroeger werd daar grote waarde aan gehecht zoveel zelfs dat het heden ten dage nog als voorbeeld dient. Je weet wel die vader die met zijn zoon de berg op moest om hem daar de keel door te snijden ter meerdere eer en glorie van zijn God. Hij kwam zoals wij weten ( of hopen ) nog net bij zinnen. Als iemands geloof zo doorspekt is met oog om oog en tand om tand kun je wellicht maar beter geloven in jezelf. Dat is de plaats van waar jouw wereld een aanvang neemt en waar jouw persoonlijke verantwoording start.
Aangezien God de Almachtige is, heeft hij absolute, onbegrensde vrijheid. De vrijheid van al Gods schepselen is derhalve een relatieve vrijheid.
Het boeddhisme stoelt op de persoon en leer van Siddhartha Gautama, later bekend onder de naam Boeddha. Hij werd in de zesde eeuw voor Chr. geboren als de zoon van een Indiase vorst.
Behalve Siddhartha Gautama als god, zijn er nog tienduizenden andere goden. Ik zou zeggen, keuze bij de vleet!
de volgelingen van de Boeddha zien hem in het algemeen als leraar en niet als
God. dat de boeddha aanbeden wordt is een feit zoals zoveel leraren aanbeden worden. Siddhartha Gautama als god is dus een uitzondering en geen regel.
dat God sowieso gebakken lucht is en tussen de oren zit neemt onze plicht niet weg als mens een menswaardig leven te leiden. de 10 geboden zijn derhalve zo gek nog niet.
Mijn dank voor de reacties en de aanvullingen. Omdat ik de neiging heb om nogal relativerend te schrijven, realiseer ik mij dat ik niet altijd duidelijk ben voor de lezer.Soms is de schemering echter beter dan het voile licht omdat het halfduister verplicht tot contemplatie en het zoeken naar de eigen waarheid.
De een zijn God is de ander zijn Satan. Boeddha de Verlichte is van mens tot God verklaard, Vele Goden zijn mens geworden om deel te kunnen nemen aan de genoegens van de erfzonde. Alsof het leven op aarde nog niet ingewikkeld genoeg zou zijn.