Kunst te duur?? Dat is zuur!!

Cultuur is een vorm van beschaving. Niet DE beschaving. We kennen vele vormen van beschaving waarvan sommige voor ons gevoel, voor onze perceptie van cultuur, wreedaardig zijn.

Kunst is een onderdeel van cultuur. Ik schrijf dit nog maar eens op omdat we zo langzaam aan de gewoonte hebben aangenomen om te praten over kunst en cultuur als een twee-eenheid. Het ligt makkelijk in de mond. Kunst en Cultuur. Door die vanzelfsprekende nevenschikking is  het idee ontstaan dat het om twee gelijke grootheden gaat. Dat is niet zo. Kunst is een onderdeel van Cultuur.

Een belangrijk onderdeel, maar een onderdeel. Cultuur is veel ruimer dan alleen maar de kunsten. Cultuur is vooral de manier waarop mensen in een samenlevings-verband met elkaar omgaan. Waarom we een hand geven in plaats van elkaar de hersens in te slaan.

In de strijd om het bestaan, zoals de kunstensector dat voelt, is een beetje vals spelen natuurlijk altijd toegelaten. Maar de overdrijving is een slecht argument en komt vaak tevoorschijn als zinvolle argumenten ontbreken.

Is kunst belangrijk in onze samenleving? Ik zou niet zonder kunnen.

Is kunst duur ? Zeker.

Mag kunst wat kosten ? Van mij wel. Als het geld beschikbaar is.

Zijn er belangrijker zaken in een samenleving dan kunst?  Ontegensprekelijk.

Is een samenleving met een beperkt kunstaanbod een cultuurloze, een onbeschaafde, samenleving? Dat geloof ik niet.

Zijn er belangrijke kunstwerken ontstaan in tijden dat de samenleving als geheel weinig geld beschikbaar had voor kunst? Zonder twijfel, de kunstgeschiedenis gaat bijna over niets anders.

Vanwaar dan nu dat ongenoegen?

In de jaren 70 van de vorige eeuw ontstond in de Nederlandse politiek een sfeer van volksverheffing. Het was de taak van de overheid om kunst binnen het bereik van de gewone burger te brengen. Daardoor moest kunstparticipatie laagdrempelig zijn.

Omdat de grootste voorstanders van dit “kunst voor allen” vooral in de linkse hoek te vinden waren, noemde men het al vlug een “links hobby”. Dat is natuurlijk weer fel overdreven. Hoewel kunst meestal ontstaat uit protest tegen een bestaande opgelegde toestand, zijn niet alle kunstenaars per definitie links en waren het niet alleen de linkse politici die voorstander waren van een ruim kunstaanbod.

Het voordeel van de kunst voor politici is dat het zo lekker weggeeft. Een subsidie hier, een opdrachtje daar, een aankoopje ginder. Het is ook iets dat je mee kan nemen op je buitenlandse reizen of waar je je buitenlandse gasten kan op vergasten.

Zolang het blijft bij het rondstrooien van bedragen die links en rechts op een ministerie over blijven van iets dat te ruim was begroot, is er niets aan de hand.

Naast het ministerie wat speciaal over de kunsten ging (en dat ongeveer per kabinetsformatie van naam veranderde) hadden de andere ministeries ook nog wel een afdeling kunsten in huis. Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld, om de feestelijkheden op een Ambassade op te luisteren. Deze losse subsidie-cultuur werd echter, ongemerkt langzaam, vervangen door structurele gelden aan kunstinstellingen.

Instellingen hebben al jaren de neiging, mee onder invloed van de ambtenaren, om de “ managerziekte” te krijgen.

Ik ken niemand die geen verstand heeft van  kunst. Of die geen idee heeft wat kunst voor hem/haar zou moeten zijn. Daarbij heeft men heel vroeg de idee tot leven weten te wekken dat kunstenaars best verstand kunnen hebben van hun kunst, maar zeker niet van DE kunst. Daarbij zijn kunstenaars totaal ongeschikt om leiding te geven aan andere kunstenaars en vooral moet je ze niet betrekken bij de uitbouw van de sector waar ze zelf actief in zijn.

Er verschenen dus overal managers aan het hoofd van wat begon als een opzetje, vaak van een enkeling, om iets moois te maken. Trouwens iets moois maken werd een totaal fout uitgangspunt. Het moest opeens maatschappelijk relevant worden.

Omdat het voor de politiek zo leuk was, en in eerste instantie zo risicoloos, verschenen in de meeste gemeentes werkplaatsen waar kunstenaars hun vak uit konden oefenen.

Ze kregen de naam van culturele centra (niet ten onrechte, er werden soms ook lessen gegeven en aan sport gedaan), multifunctionele buurthuizen, theaters, alternatieve tentoonstellingsruimtes. Al die infrastructuren moesten ook invulling krijgen, ze mochten niet leeg staan. Er moest wat gebeuren.

Er moest dus aanbod komen. Daar waren de managers goed in. Die gingen op zoek naar mensen die de leegte konden opvullen. Kwaliteit werd niet meer het uitgangspunt. De programmering, daar ging het om. Bij voorkeur lange tijd van tevoren klaar zijn om op tijd bij de drukker te liggen zodat vanuit de politiek aan de burger te bewijzen was dat hun geld goed werd besteed.

Al dat geregel vroeg natuurlik om meer managers, managers die verstand hadden van boekhouding, van planning, van arbeidsovereenkomsten, van contracten, van bestellingen plaatsen van horeca. Dat was ook nodig om de ambtenaren materiaal te geven voor hun dossiers. Ambtenaren werken met dossiers. Als het dossier klopt heeft de ambtenaar zijn werk goed gedaan. Inhoudelijk mag de zaak rammelen, daar gaat de ambtenaar niet over. Het dossier geeft aan waar, wanneer en door wie een besluit is genomen, hoeveel geld daar voor werd uitgetrokken en hoeveel tijd en hoe dat allemaal moet besteed worden en aan wie. Als dat allemaal klopt is de ambtenaar een goede ambtenaar.

Zo werd de kunstenaar uit welke discipline dan ook langzaam een lastezel. Hij droeg niet alleen de verantwoordelijkheid voor zijn eigen functioneren, maar stond ook nog garant voor de werkgelegenheid van een aanhangsel bij de hele sector dat niet creatief, maar hoofdzakelijk regelend aan het werk was. In tijden van grote welvaart en voldoende geld is dat niet erg. Werkgelegenheid moet er zijn voor zo veel mogelijk mensen en de afdeling Kunst is een leuke werkomgeving. Zodra het geld schaars wordt ontstaat er echter een probleem. Bezuinigen. Maar hoe. De piramide van de kunstensector bestaat uit een breed veld van creatieve uitvoerders met hun noodzakelijke ondersteuning en daarboven een top van managers en regelaars. Deze managers en regelaars zijn moeilijk weg te bezuinigen. Kunstenaars zijn van nature vrije jongens. Niet zo gespitst op aanstellingen en langdurige engagementen. Die zaken knellen en staan vaak in de weg als DE grote kans zich opeens aandient.

Managers en regelaars zijn alleen avontuurlijk als ze binnen een vaste aanstelling kunnen bevorderen naar een hogere loonschaal of een baan met meer prestige.

Er valt veel te bezuinigen in de kunstensector, maar de echte kunstenaars moeten ontzien worden. Wie die echte kunstenaars zijn? Mensen die dag en nacht met hun vak bezig zijn. Die vaak heel mooie en vaak totaal mislukte producten maken. Mensen die niet anders kunnen leven dan voor en door hun kunst.

Wie moet bepalen wie dat zijn? Gezaghebbende kunstenaars die als erkende en gewaardeerde vakmensen onbedreigd in de samenleving staan.

Loop je dan niet het gevaar dat je uit gaat van de voorkeuren van een select groepje?  Zeker, maar dat doen we toch al. Alleen bestaat het select groepje nu uit managers, ambtenaren en politici. De onrust van nu bewijst dat die het niet goed hebben gedaan.

Aan de protesterende uit de kunstensector wil ik, aanvullend, toch nog zeggen dat ze voorzichtig moeten zijn met om de haverklap het woord beschaving te gebruiken. Beschaving betekent ook: met de schaaf glad gemaakt.

 

 

De wereld om mij heen

 


reacties
toby 03 jul 2011, 12:26

mooi artikel, erg duidelijk, hoop dat veel mensen het zullen lezen.

reageer


  • Inloggen met Facebook

  • Advertentie

  • Ontvang het laatste nieuws van Nieuwslog in je mailbox. Selecteer de dossiers van je keuze en blijf op de hoogte via onze dagelijkse nieuwsbrief. Probeer ‘m nu! Bevalt het niet dan is opzeggen met 1 klik geregeld.