Houtverbranding heeft het imago slecht voor het milieu te zijn door de hoeveelheid CO2 die hiermee vrijkomt. Eigenlijk is dit gebasseerd op een onderuikgevoel, waarbij men voornamelijk aanslaat op het woord ‘verbranding’. Waar men echter niet bij stilstaat, is het feit dat bij de verbranding van hout evenveel CO2 vrijkomt dan het gedurende zijn leven heeft opgenomen. Per saldo is hout dus een CO2 neutraal materiaal om te verbranden, in tegenstelling door fossiele brandstoffen uit de grond, die geen CO2 uit de lucht onttrekken.
Om die reden openen steeds meer gemeenten kleine verbrandingsovens voor natuurlijk hout. Hiermee kan op een milieuvriendelijke manier energie opgewekt worden. Er moet echter wel rekening gehouden worden met hout dat bewerkt is, bijvoorbeeld met beitsen, verf en andere materialen. Verbranding van dergelijk hout kan zorgen voor schadelijke stoffen in de lucht. Ook het apart produceren van hout puur voor de verbranding is onverstandig. Dit gaat dan immers ten koste van kostbare grond, waarmee deze grond eveneens uitgeput kan raken, waardoor deze jarenlang onbruikbaar kan zijn voor bijvoorbeeld landbouw.
De ultieme oplossing is om de verbrandingsoven een integrale plaats in te laten nemen in de samenleving, bijvoorbeeld bij milieustations, zoals men in ’s-Hertogenbosch al doet. Hier komt de consument immers zelf hout aanleveren wat men kwijt wil, waardoor de prikkel voornamelijk bij de consument ligt, die levert bijvoorbeeld terrasplanken, een houten poort, sprokkelhout etc. aan. De overheid hoeft hierdoor niet dwingend op te treden. De overheid kan hierdoor duurzaam energie produceren, waardoor zij haar gebouwen duurzaam van stroom kan voorzien, wat weer tot lagere kosten leidt en een beter milieu. Resultaat? Waarschijnlijk geen lagere belastingen, maar wel andere overheidsbestedingen, wellicht wel meer investeringen in duurzame energie!