Moeilijke woorden….

Fatsoen, beleefdheid, gezag, respect, het zijn moeilijke woorden in de Nederlandse taal, zoals we in de achterliggende woelige periode hebben mogen ondervinden.

Naar mijn gevoel komt dat omdat iedereen zowat een eigen invulling geeft aan deze woorden. Niemand weet blijkbaar meer hoe iemand anders die termen aanvoelt.

Ik denk dat het allemaal is begonnen bij de antiautoritaire opvoeding die in de vorige eeuw opeens mode werd. Een paar filmsterren waren daar grote voorstander van met als resultaat dat opeens eenieder daar  mee begon. De scholieren mochten opeens de docent met de voornaam aanspreken, ze kregen recht op baaldagen, ze hoefden niet in de schoolbanken te blijven zitten, ze hadden recht op woord en wederwoord, een leerling laten overzitten ging niet zomaar meer omdat de cijfers en de verkregen resultaten niet alleen zaligmakend waren, de omgangsvormen binnen een groep was vooral een kwestie van overleg. Pedagogen zullen wel weten waarom ze dat deden, docenten, inspectie, overheid waarom ze in dat systeem mee gingen.

De leerlingen pasten zich zeer snel aan aan de nieuwe omgangsvormen en de overgang binnen de schoolgemeenschappen, die steeds grotere omvang kregen, verliep vrij soepel. Eén probleem werd volgens mij over het hoofd gezien. De samenleving zat en zit anders in elkaar dan een scholengemeenschap. De leerlingen die de scholen verlieten spraken hun bazen met de voornaam aan, jijden en jouwden er op los, vonden bevelen opvolgen vervelend en eisten overleg en waren vooral antiautoritair ingesteld. Vervelend is dat een samenleving soms autoritaire regels, zoals wetten, nodig heeft om te kunnen functioneren. Zeker een samenleving die, anders dan een besloten gemeenschap zoals een school, open staat voor invloeden vanuit andere gemeenschappen. De globalisering, de schaalvergroting via samenwerkingsverbanden zoals de Europese Gemeenschap, veroorzaakten wrijvingen tussen de typische Nederlandse gebruiken en dat wat in andere culturen als gangbaar worden geacht. Daarbij kwam in Nederland ook nog een feministische golf die de onderlinge omgangsvormen tussen de seksen op zijn kop zette. Ook hier ontstond een probleem tussen de eigen cultuur en de culturen van over de “grens”. Deze grens moet men trouwens niet direct als een rijksgrens zien. Binnen Nederland zelf zijn er genoeg afgebakende gebiedend met hun eigen cultuur. Beneden de rivieren/boven de rivieren, de Randstad/het Noorden, Katholieke invloeden/Gereformeerde invloeden. Jonge mensen die opgroeiden binnen die tijdsgeest waarin vele zaken uit het verleden aanvoelden als een verstikkend korset trokken de lijn door naar de totale maatschappij. Omdat feministen het niet nodig vonden dat een man voor hen een deur open hield, werd het langzaam het gebruik om voor niemand nog een deur open te houden. Omdat je de docent mocht tegenspreken als die zei dat je op je plaats moest gaan zitten, werd het gebruikelijk om “alles tegen te spreken” dat de opdracht formuleerde om iets te doen, zoals stoppen bij rood licht.

Nederland is langzaam gegroeid naar een “moet kunnen” mentaliteit. Daarbij is men de context vergeten. Die moeilijke woorden hebben allemaal een functie binnen bepaalde contexten. Functies binnen de samenleving hebben recht op een eigen status. Niet om de persoon die de functie uitoefent maar omdat de functie niet anders kan werken. Een politieagent heeft, om zijn werk te kunnen doen, gezag nodig in bepaalde omstandigheden en de samenleving moet dat gezag ook erkennen.

Fatsoenlijk met elkaar omgaan en beleefd blijven zijn de smeerolie waarmee de samenleving soepel kan draaien, respect is een uiting van waardering voor wat iemand binnen de samenleving vertegenwoordigt. Het gaat nergens om Mijnheer A of Mevrouw B maar wel om welke plek ze innemen en welke verantwoordelijkheden ze dragen. Dat sommige personen zelf verwarring creëren door de eigen persoon te verwarren met hun functie doet niets af aan het principe.

Fatsoen, beleefdheid, gezag, respect. Het zullen nog lang moeilijke woorden blijven. Onder de druk van de verschillende culturele invloeden waar we aan bloot staan. Maar ook aan de slechte voorbeelden die we krijgen. Nederland zal als land met steeds meer culturen binnen de grenzen op zeker ogenblik toch moeten kiezen om het samenleven geolied te kunnen laten verlopen. En zal er ook niet mogen voor terugdeinzen om de eenmaal gemaakte keuzes  af te dwingen

Afgelopen dus met het pesten van homo-stellen. Binnen de omgangsvormen die we in Nederland gekozen hebben is zoiets een normale gezinssamenstelling. Maar ook afgelopen met het hooligan gedrag. Afgelopen met de grote bek omdat je geen gelijk krijgt. Afgelopen met het uitgangspunt dat je op alles recht hebt. Ook afgelopen met het afdwingen van maatschappelijk niet geaccepteerde politieke of godsdienstige uitingen. Afgelopen met “ik maak zoveel lawaai als ik wil en wanneer ik wil.”

Zodra er een gedragsbepaling op democratische manier tot stand is gekomen moet het stoppen met kleine drukkingsgroepen die met zogenaamde buitenparlementaire acties toch proberen hun wil op te dringen. Tenzij de samenleving er voor kiest dat te allen tijde het uitgangspunt moet zijn “moet kunnen.” Maar dan ook in alle consequenties. En niet nu wel en dan niet.

Zo komen we dus langzaam bij de onvermijdelijke heer Wilders. Omdat ik geen duidelijker voorbeeld kan bedenken. De heer Wilders is volksvertegenwoordiger en vertegenwoordigd als dusdanig een groep kiezers. Een ruimere groep dan de meeste volksvertegenwoordigers achter zich hebben. Verder is de heer Wilders fractieleider en politieke leider van zijn beweging. Omdat zijn handtekening mee onder het regeerakkoord staat is de heer Wilders ook nog eens indirect lid van deze regering. Als men de heer Wilders beledigd, bespot of zijn goede trouw in twijfel trekt, beledigd men over zijn schouders heen, meteen een aanzienlijk deel van de Nederlandse kiezers. Eens of niet eens met de uitgangspunten van de heer Wilders en zijn achterban, het minste wat men kan doen is om hem gelijke rechten te geven. Rechten op beleefdheid en respect, of rechten op “moet kunnen”.  Het zou de voorzitter van de Tweede Kamer (die blijkbaar een voorbeeldfunctie heeft) sieren als zij de andere Kamerleden plus de pers hier nu en dan zou willen op wijzen. Een en ander zou misschien duidelijkheid verschaffen en de onderlinge verhoudingen binnen de samenleving eenduidiger definiëren.

Tenzij de Tweede Kamer er een andere mores op na houdt dan de samenleving waaruit ze voort komt.

 

 

 

 

De wereld om mij heen

 


reageer


  • Inloggen met Facebook

  • Advertentie

  • Ontvang het laatste nieuws van Nieuwslog in je mailbox. Selecteer de dossiers van je keuze en blijf op de hoogte via onze dagelijkse nieuwsbrief. Probeer ‘m nu! Bevalt het niet dan is opzeggen met 1 klik geregeld.