Welke dieren kunnen we als gezelschapsdier houden? In Amerika worden servals vaak als gezelschapsdier gehouden en in Nederland mag dat nu ook. Met de nieuwe Wet Dieren zal dat waarschijnlijk veranderen. Volgens het ‘nee, tenzij’-beginsel mag dan een diersoort niet gehouden worden, tenzij aan bepaalde criteria is voldaan. Het betreft niet alleen het welzijn van het dier, maar bijvoorbeeld ook de risico’s voor de inheemse fauna als het dier ontsnapt. Gezelschapsdieren zullen gehouden kunnen worden wanneer ze op de zogeheten positieflijst staan. Of daar de serval op komt, is dan de vraag.
Wat zijn de regels voor het houden van wilde dieren? Wat is eigenlijk de motivatie en welke ethiek moeten we daarbij aanhouden?
De een zal zeggen dat een wild dier in de natuur thuishoort, een ander zal zeggen ‘ik houd mijn hele leven al exoten thuis’, een derde vindt het houden van dieren prima als het dier het maar naar zijn zin heeft, als het welzijn maar oké is. Natuurlijk gedrag, dierenwelzijn, regelgeving, cultuur en ethiek spelen dus een belangrijke rol bij het bepalen van welke dieren we wel en welke we niet kunnen houden als gezelschapsdieren.
Gezelschapsdieren zijn volgens de Raad voor Dieraangelegenheden dieren die in of bij het huis worden gehouden voor gezelschap, sport of liefhebberij met uitzondering van paarden en hobbydieren.
Positieflijst in de maak
In het verleden is zo’n positieflijst voor gezelschapsdieren opgesteld met name voor zoogdieren en vogels, samen met alle betrokken belangengroepen. Het proces en de criteria waarmee die lijst is opgesteld, was echter niet voldoende transparant.
Zeker niet nu het Europese Hof van Justitie in het Andibelarrest vereist dat een lijst met diersoorten, die men mag houden, moet zijn gebaseerd op objectieve en (met betrekking tot houders) niet discriminatoire criteria. Burgers, bedrijven of organisaties die diersoorten op de positieflijst geplaatst willen zien of juist van deze lijst willen laten verwijderen, dienen de mogelijkheid te krijgen juridische middelen in te zetten om hun doel te bereiken. Voor zo’n juridische procedure moet de minister voldoende objectieve handvatten hebben om te kunnen onderbouwen waarom de ene diersoort wel en de andere niet op de positieflijst staat. Wageningen UR Live stock Research is gevraagd om een systematiek te maken om op een transparante wijze te komen tot een oordeel of een diersoort door een particulier in een bepaalde normomgeving kan worden gehouden.
Natuurlijk gedrag
Uitgangspunt bij het maken van een positieflijst is het natuurlijke gedrag van een diersoort. Het gedrag van een dier is erop gericht adequaat te kunnen reageren op veranderingen in zijn omgeving. Kan het dier zich gemakkelijk aanpassen aan verschillende omgevingen en ook aan allerlei veranderingen in de omgeving? Wanneer een diersoort zich moeilijker aanpast vanwege zijn voedselspecialisatie of een speciale sociale structuur, levert dat mogelijk gedragsproblemen en vervolgens ook welzijnsproblemen op wanneer het dier in een relatief kleine omgeving bij de mens geplaatst wordt. Om erachter te komen welke aanpassingen dat vergt van een diersoort, zijn gegevens over het gedrag van een diersoort verzameld uit de literatuur en in een database geplaatst. De mogelijke gedragingen zijn daarbij ingedeeld in acht functionele gedragscriteria omtrent ruimte (lopen), tijd (slapen), voedsel (eten), veiligheid (schuilen), onderhoud van de buitenkant (stofbaden), voortplanting (baltsen), soortgenoten (elkaar poetsen) en informatie (exploreren).
Gedragsbehoefte
Van de gedragingen in de database is zo goed mogelijk vastgesteld hoe belangrijk dit gedrag voor een diersoort is. Kan het dier zonder? Doen alle dieren van de soort het onder alle omstandigheden? Gaat een diersoort zich aanpassen in een andere omgeving? Of blijft het stug volharden in het gedragspatroon? Antwoorden op deze vragen geven aan of er sprake is van een lage, middelmatige of hoge gedragsbehoefte. Voorbeelden van hoge gedragsbehoeftes zijn: het voedsel zoeken bij ijsberen, het eten van bamboe bij panda’s, graven bij gerbils en konijnen. Voor een dergelijke beoordeling van de natuurlijke gedragsbehoeften van de diersoort is kennis van de biologie en deskundigheid in de disciplines dierecologie, gedrags- en adaptatiebiologie vereist.
Welzijnsrisico’s
Wanneer de database gevuld is en de gedragsbehoeften geschat zijn, wordt een risico-inschatting gemaakt voor het welzijn van de diersoort gehouden in een bepaalde normomgeving. Voorlopig is de normomgeving gedefinieerd als een rijtjeshuis met binnen 15 m2 en buiten 30 m2 beschikbare ruimte voor één of twee exemplaren van de diersoort. De gemiddelde behoeftescore voor een bepaald gedragscriterium in combinatie met de beschreven normomgeving resulteert in een beoordeling van het risico voor het welzijn. Op dit moment wordt er nagedacht over mogelijkheden om de eisen voor de normomgeving aan te passen en wat flexibeler te maken. Indien beschikbaar wordt ook informatie over het gedrag van de diersoort in niet-natuurlijke omstandigheden meegewogen. In de methode is voorzien dat inbreng van kennis en ervaring vanuit de diverse maatschappelijke partijen (liefhebbers/houders, dierenartsen, professionele opvangcentra, dierenbeschermingsorganisaties, wetenschappers) nadrukkelijk nodig is voor kennis over het gedrag onder niet-natuurlijke omstandigheden en het schatten van de welzijnsrisico’s.
Gevaar voor volksgezondheid en inheemse fauna
Bij een uitgebreide evaluatie van de informatie over het natuurlijke gedrag bleek dat van verschillende diersoorten de hoeveelheid informatie uit wetenschappelijke bronnen en encyclopedieën erg beperkt is. Uitgaande van het voorzorgprincipe leidt dat bij veel diersoorten automatisch tot een negatief advies. Ook kan de diersoort een gevaar opleveren voor de volksgezondheid (zoönosen), voor zijn directe omgeving of voor de inheemse fauna (bij ontsnappen). Alleen wanneer er voldoende informatie aanwezig is, er geen hoge risico’s voor het welzijn van een diersoort zijn en er geen wettelijke beperkingen gelden voor het houden van het dier, krijgt de diersoort een positief advies.
De toekomst
Er lijkt te kunnen worden voldaan aan de eisen zoals die in het Andibel-arrest door het Europese Hof van Justitie aan een positieflijst zijn gesteld. Ervaringen tijdens de ontwikkeling hebben aangetoond dat de systematiek in principe goed bruikbaar is. Bij een verdere ontwikkeling van de systematiek kan de database uitgebreid worden. Verder moet naast wetenschappelijke informatie, verzameld en beoordeeld door experts, ook informatie over het gedrag en de gezondheid van de diersoort in gevangenschap benut worden. Op dit moment wordt die informatie uit de praktijk verzameld.
Een uitgebreide beschrijving van de systematiek voor de positieflijst is te vinden in de rapporten 345 en 408 van Wageningen UR Livestock Research. Deze kunt u downloaden via www.dierenwelzijnsweb.nl
Bron: V-focus+
Volg het nieuws over invasieve exoten op www.twitter.com/InvasieveExoten
Meer weten over invasieve exoten? Bekijk het animatiefilmpje
Zie ook:
Goh wat leuk zeg, een prachtige Serval, wat zal die gelukkig zijn als schootkat voor een kind. Veel leuker dan met grote snelheid achter een prooi aan rennen. Helaas als de mens iets wil dan moet en zal het ook gebeuren of het nu kan of niet, of het nu goed is of niet maakt niet uit als de mens zijn zin maar krijgt.
Voorlopig stikt het nog van de verwaarloosde en depressieve dieren in NL, honden, poezen, paarden, pony’s … zelfs daar wordt vaak niet goed voor gezorgd. Maar nee, we moeten de lijst met stumpers flink uit gaan breiden door er nog een zootje exoten aan toe te voegen. Fijn, wanneer zullen we ze hier in het wild zien? Hoelang zal het duren voor er gejaagd mag worden op een aantal ontsnapte uitheemse dieren?