Het is een stelletje amateurs. Nog nooit een letter op een spandoek gezet. Altijd ver weggebleven van een megafoon. ‘Ik voel me meestal niet zo prettig bij demonstraties’, zegt Serena (25) zelfs. Maar morgen is ze er wel bij op het Beursplein in Amsterdam. En hoor initiatiefnemer Seth Lievense (26) nou: ‘Ik heb nog nooit gedemonstreerd, ik weet er eigenlijk niets van af.’
Occupy Amsterdam is de Nederlandse versie van Occupy Wall Road. In New York staan er nu al weken duizenden mensen te betogen tegen onverantwoord casinokapitalisme, de graaicultuur en de macht van banken over de politiek. Het vuurtje slaat nu over naar de rest van de wereld. Ook naar Nederland. Op Facebook hebben inmiddels ruim 3.000 potentiële revolutionairen zich aangemeld om het Beursplein te bezetten.
In New York protesteren mensen al weken tegen de huidige tijdsgeest EPA/JUSTIN LANE
En dan? Is het daarna weer over? Of stelt dit echt wat voor? De nieuwe sixties, wordt her en der zelfs hoopvol geopperd.
Natuurlijk, zaterdag zullen vanzelfsprekend de gebruikelijke revolutionaire socialisten, anti-globalistische veganisten en anarchistische feministen rondlopen op het Beursplein en het Plein in Den Haag, maar zij zullen niet alleen zijn.
Dit is een ‘grassrootsbeweging’, spontaan en ‘van onderop’ zoals de Facebookrevolutie in Egypte en de bezetting van pleinen afgelopen zomer in Spanje. Het vervoer is niet gesponsord en er staat geen kop vakbondskoffie of kom SP-soep klaar.
Dat trekt een nieuw type demonstrant. Zoals Serena. Ze is vooral nieuwsgierig. ‘Maar ik onderschrijf natuurlijk ook de ideeën van de activisten. Ik wil graag bijdragen aan het beeld dat ook wij in Nederland in staat zijn om een vuist te maken tegen onder andere de machtsposities van banken en laten zien dat die demonstranten niet alleen maar socialistische krakerstypes zijn.’
DWDD
Dit verhaal begrijpen ook de miljoen kijkers van De Wereld Draait Door. Lievense mocht er deze week zijn verhaal vertellen. Met presentator/journalist Jelle Brandt Corstius. Ook zo’n type dat nog nooit boos genoeg was om de straat op te gaan. En nu moet hij opeens van zichzelf, omdat hij later als opa wil kunnen vertellen dat hij niet laf aan de kant heeft gestaan.
Hoe kan dit nog misgaan? Laat dat maar aan de Facebookgeneratie over. Dat zijn die jongeren die volgens De Wereld Draait Door niet langer dan een minuut naar muziek kunnen luisteren. Een beetje ‘ik vind dit leuk’ en ‘ik ben aanwezig’ klikken lukt nog wel, maar als de grote dag daar is haken ze massaal weer af.
Geen wonder ook, want demonstreren stelt niks meer voor in Nederland. Ja, ja, ja, we weten het wel. Nederlanders, jongeren zeker, zijn heus nog wel geëngageerd. Maar wat er bestond aan demonstratiecultuur is in de laatste decennia verkwanseld. Protesten zijn verworden tot uitjes, gezellig met z’n allen in de bus met een lunchzak naar het Malieveld.
Museumplein
En zelden haalt het nog wat uit. Weet u nog, die grote demonstratie op het Museumplein in 2003? Honderdduizenden mensen – ze mochten gratis reizen met de NS – gingen de straat op omdat ze vroeg met pensioen wilden. Acht jaar later gaat de pensioenleeftijd vrolijk richting de 67 jaar. Demonstranten? Flapdrollen die zichzelf niet kunnen redden. En als er al eens een demonstratie met wat pit is, staat de ME klaar om de mensen weer hun van tevoren keurig vastgestelde vakken in te slaan.
Zeker, er is veel boosheid. Over bankiers. Over bonussen. Over bezuinigingen. Maar Nederland is natuurlijk geen Egypte. Geen Spanje. Zelfs geen Amerika. We hebben de laagste werkloosheid van heel Europa. We gaan er op achteruit, maar hier wordt geen hele generatie opgeleid voor de rijen van de sociale dienst. In dit land krijg je best tienduizenden jongeren op de been. Ze willen zelfs een heel weekend kamperen. Dan kunnen ze op Lowlands net doen alsof de geest van de sixties nog springlevend is. Slechts voor 165 euro de man, geen geld.
Ook protestgeneratieervaringsdeskundige Roel van Duijn ziet dat allemaal wel. ‘De politieke actie buiten het parlement is ingeslapen’, zegt de ex-provo. Maar dat kan best veranderen. ‘In de jaren ‘50 was dat ook zo.’ En toen kwamen dus de roerige sixties. ‘Deze beweging kan een nieuw ontwaken zijn’, denkt de ex-provo.
Onnodige plaag
Van Duijn vindt Occupy een ‘sympathieke beweging’. En dat niet alleen, ze heeft ook potentie om succesvol te zijn. ‘Er is net als in de jaren zestig een onnodige plaag’, legt Van Duijn uit. ‘Daar moeten we van worden bevrijd. Het is krankzinnig dat er zoveel geld is en dat het zo slecht wordt beheerd. En dan die bankiers met die ongelooflijke graaizucht.’
De banken. Daar zijn ze. In 2008 hebben ze de boel kapotgemaakt. En nu hebben ze niks geleerd. Wie ergert zich er niet aan kapot? In de jaren zestig moest korte metten worden gemaakt met de autoritaire, burgerlijke regenten. Nu met de graaiers en de onverantwoordelijke bankiers.
Van Duijn zal er morgen bij zijn. Occupy moet zich volgens hem niet blindstaren op een grote opkomst. ‘Het moet vooral spraakmakend zijn’. En: ‘Geen onnodige harde botsingen met andere mensen.’ Als de Facebookgeneratie ontwaakt, zullen de ruiten van De Bijenkorf heel blijven.
Occupy-beweging gaat voorbij aan kern probleem.
Hoewel de occupy-beweging niet gefocust is op actie maar op debat, vrees ik dat de debatten zullen verzanden in een veelheid van economische opvattingen van linkse en rechtse signatuur, waardoor over het hoofd wordt gezien dat de economische crisis in wezen een schijn crisis is. Het fundamentele probleem van (voort-)bestaan, waar de crisis om draait, is namelijk niet financieel maar existentieel van aard.
Om de economische crisis het hoofd te bieden zullen we ons dan ook ‘met elkaar’ moeten focussen op de creatie van een beleid dat niet op een financiële maar op een existentiële grondslag stoelt. Met andere woorden, een beleid dat niet draait om financieel gewin, noch om eigen, partijpolitiek of nationaal belang, maar om ons aller (voort-)bestaan, ofwel het algemeen of mondiaal belang.
Als basis voor zo’n puur democratisch wereldbeleid leent zich de gaia-hypothese. De gedachte van onze aarde als een levend organisme, waar de mens niet boven staat – als ware hij de schepper ervan – maar een onlosmakelijk deeltje van is. Een deeltje dat er zich bovendien van bewust is dat het (voort-)bestaan van dat levende organisme de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van ons allemaal, als mensheid, is. Zoals de praktijk zo langzamerhand bewezen heeft, zal die gemeenschappelijke verantwoordelijkheid nooit tot een dito beleid (een gezamenlijke aanpak) leiden via het gangbare monetaire en parlementaire gedachtegoed. Gekunstelde gedachten, met behulp waarvan wij enkel in staat zijn tot de creatie van een ‘verdeel en heers politiek’, die haaks staat op de politiek waar de gaia-hypothese naar verwijst.
Deze verwijst namelijk naar een alomvattende politiek, als logisch gevolg van haar alomvattende aard. Voor de realisering van dat alomvattende beleid is de tijd rijp. Niet alleen omdat onze tijd wordt gekenmerkt wordt door globalisering, ofwel het toegroeien naar mondiale eenheid, maar ook omdat het beleidsorgaan dat nodig is voor het waarmaken van die eenwording bestaat, te weten: “De Verenigde Naties”. Slechts zal onze volkerenorganisatie daarvoor omgebouwd moeten worden van een organisatie van regeringen, die primair staan voor hun eigen of nationaal belang, tot een mondiaal beleidsorgaan met bovennationale bevoegdheden, dat het algemeen of mondiaal belang op juiste wijze weet te behartigen.
Wat de reorganisatie betreft moet gedacht worden aan de opheffing van de dictatoriale (vetorecht) Veiligheidsraad, met de gelijktijdige overheveling van zijn primaire taak (de handhaving van de internationale vrede en veiligheid) naar de Algemene Vergadering. Daardoor kan dit orgaan zich ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege tot een geloofwaardig mondiaal daadcollege met bovennationale bevoegdheden. Een gezaghebbend wereldforum dat bij machte is om op basis van de alom onderschreven mensenrechten en onze ongeëvenaarde ‘know how’ op elk terrein een wereldbeleid van de grond te tillen waarmee de wereldproblemen en het daaruit voortvloeiende onrecht adequaat bestreden kunnen worden.
Voor de verwerkelijking van dit wenkend perspectief leent zich artikel 109 van het VN-Handvest, dat spreekt van een algemene conferentie van lidstaten met als doel de herziening van het Handvest. Officieel had deze conferentie al in 1955(!) moeten plaatsvinden, maar door krachtig verzet van de toenmalige Sovjet-Unie heeft de Algemene Vergadering destijds besloten dat een algemene conferentie ter herziening van het Handvest gehouden zou worden ‘op een daartoe geschikt tijdstip’.
Gezien de huidige politieke en financieel-economisch (wereld-)crisis lijkt mij dat tijdstip aangebroken. Hoog tijd dus om in de Algemene Vergadering van de VN te gaan lobbyen voor het agenderen van die uitgestelde VN-conferentie. Van Rutte-I is wat dat betreft niets te verwachten, gezien de prioriteiten in het regeerakkoord. Van visie kan ons kabinet dan ook niet beticht worden. Maar wat wil je ook met zo’n gedoogpartner.