Al in 2007-2008 besloot de Rijksoverheid dat er geen richtlijnen zijn om gereedschap duurzaam in te kopen. Dit terwijl er voor de overheid legio kansen liggen om dat wel te doen. Sommige gemeenten alleen al kopen namelijk voor soms wel €100.000 in aan gereedschap, hiermee gaat dus ook vanzelfsprekend een grote belasting van het milieu uit. Maar ook hele voor de hand liggende zaken als het aanbesteden van allerlei zaken als het aankopen van laminaatvloeren, de aanschaf van potloden of tv’s huren laat de overheid links liggen. De overheid zou daarbij een toonaangevende rol moeten spelen als grote afnemer.
De Rijksoverheid geeft vijf redenen om gereedschap niet duurzaam in te kopen.
1. Doordat de productgroep een zeer grote diversiteit kent is het zeer moeilijk om uniforme criteria vast te stellen voor de gehele productgroep.
2. De inkooppraktijk van overheden leent zich niet voor het toepassen van milieu- en duurzaamheidscriteria. Omdat aankopen vaak ad hoc plaatsvinden, vindt men het niet proportioneel om hieraan criteria te verbinden.
3. Omdat opdrachten vaak aanbesteed worden, vindt de overheid het niet proportioneel om van de aanbieder van de dienst te eisen met duurzaam gereedschap te werken.
4. De Nederlandse overheid is maar een geringe partner op de (internationale) markt.
5. Duurzaamheidsaspecten zijn al vastgelegd in wet- en regelgeving.
Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat vakmensen ook daadwerkelijk kunnen beschikken over professioneel gereedschap. Er mag echter ook gekeken worden naar externe effecten van bijvoorbeeld productie en gebruik van gereedschap. De overheid doet dit op dit moment te weinig. In de vijf voorgaande redenen kijkt men vooral weg van het probleem, en wil men het gewoonweg niet aanpakken. Onderstaand de ontkrachting van de vijf redenen zoals die gesteld zijn.
1. Uniforme regelgeving is niet noodzakelijk. Voor handgereedschap kunnen simpelweg productierichtlijnen toereikend zijn, daar waar voor energieverbruikend gereedschap aanvullende regels van toepassing zijn.
2. Waar een wil is is een weg. Daar waar het aankoopbeleid op dit moment niet strookt met de eventuele ambitie kan men een cultuurverandering proberen te bewerkstelligen. De reden die men op dit moment formuleert getuigd simpelweg van te weinig ambitie.
3. Dit is een omgekeerde redenering. De overheid kan als klant best eisen stellen aan de aanbieder. De aanbieder is daarbij in de gelegenheid eventueel onderscheidend te zijn van zijn concurrenten door wel duurzaam gereedschap aan te bieden.
4. Hoewel de Nederlandse overheid een geringe partner is in relatieve zin, is zij nog steeds een grote partner in absolute zin. Zoals eerder al is gesteld gaat er veel geld van de overheid om aan materiaal en gereedschap. Duurzame ondernemers kunnen hierbij door de overheid in de gelegenheid worden gesteld zich te onderscheiden.
5. Voor marktpartijen is dit vastgelegd in wet- en regelgeving. De overheid mag daarbij echter altijd een extra ambitie tonen. De overheid heeft ten alle tijden een voorbeeldfunctie.