Als iemand vroeger naar het buitenland ging dan ging hij ook echt buiten zijn land. Hij of zij kwam ergens waar mensen anders gekleed gingen, waar andere spullen in anderssoortige winkels lagen, waar een brood opeens de vorm van een stok had, waar bijna uitsluitend wijn werd gedronken, vrouwen bijna altijd in zwarte rouwkleding rondliepen, het overal stonk naar knoflook, waar de communicatie beperkt bleef tot een soort gebarenspel en waar prijsbordjes veel nullen nodig hadden om, omgerekend, kleine bedragen aan te geven. Men was dus weg van huis, het geheel gaf een avontuurlijk gevoel zonder al teveel risico. Natuurlijk moest je voorzichtig zijn voor wat je kon eten. Olijfolie, dat was bekend, dat bevorderde de stoelgang, een behoorlijk gekookt aardappeltje was moeilijk op het bord te krijgen, stamppotten kon je wel vergeten, je kreeg vreemde groenten voorgezet, kruiden, lamsvlees, een enorm ontbijt als je in Engeland was of een croissant met jam in Frankrijk. Het was soms behelpen, maar je keek je de ogen uit naar alles dat zo anders was. Daar was je voor in het buitenland.
Tegenwoordig is een winkelstraat een winkelstraat. Waar ook in ons stukje Europa. De grote winkelketens hebben overal hun bijhuizen met hun vertrouwde producten. De etiketten zijn zo getrouw mogelijk een kopie van elkaar, ook al staat er soms een wat afwijkende naam op omdat de naam die je gewoon bent niet “bekt” in de andere taal. Het stokbrood ziet er nu uit als het stokbrood van thuis, ze hebben je vertrouwde pils op de tap, vrouwen lopen rond in de kleding die je kent van de modebijlage uit je krant. We eten rijst en pasta net als thuis, maar kunnen patat bestellen als er behoefte aan is. De communicatie verloopt in een mengeling van talen doorspekt met Engels woorden waarbij niet zelden blijkt dat de gesprekspartner een tijdje bij jouw om de hoek heeft gewerkt. Kortom, het avontuur is weg. Het buitenland is gewoon binnenland geworden. Aangepast, dat wel. De olijfolie smaakt overal minder naar olijven, de knoflook kan ook weggelaten worden, een karakterloze hamburger is altijd wel te bestellen, overal hebben ze ontbijtbuffetten.
Omrekenen naar een andere munt met heel veel nullen hoeft nauwelijks nog te gebeuren. Prijsvergelijkingen zijn dus eenvoudig geworden. Iets kost wat het kost zonder dat de bank er nog iets boven op legt voor de wisselkoers.
Zijn dat voordelen of zijn dat juist allemaal nadelen? Wat is de romantiek van het reizen naar het buitenland waard? En als iemand gesteld is op een totaal andere ervaring dan kan hij of zij nog altijd een reisje boeken naar een provinciestadje in India of één van de vele eilanden van Japan.
Daar moest ik allemaal aan denken toen ik even buiten het land was. Gewoon, op familiebezoek. Niets bijzonder, niets spannend. Behalve dan de crisis. Daar staan de kranten natuurlijk vol van en daar puilen de zenders van uit. Overal dezelfde poppetjes die voorbij dansen. Overal dezelfde crisis. Ik wist al bij voorbaat dat ik het pak oude kranten dat traditie gewoon thuis op mij lag te wachten, niet hoefde in te kijken. Er zal niets nieuws in staan, niets anders. Behalve natuurlijk dat elk land de problemen vanuit een even andere invalshoek bekijkt. Maar dat is politiek.
Misschien moeten we maar terug wat meer romantisch worden in plaats van praktische democraten.
De wereld om mij heen
|
Breaking News: Onderzeeër eindigt ...
In de Amsterdamse grachten is donderdag 26 april een onderzeeër opgedok |
De goeie oude tijd, komt nooit meer terug. Helaas.