Onze tijd leest als een slecht geschreven geschiedenisboek. Kleine rovende bendes verspreiden zich vanuit Oost-Europa tot aan de Pyreneeën. Het zuiden van Europa heeft last van aloude misdaadfamilies die de handel en de wandel van de bevolking bepalen. In Noord-Afrika trekken huurlegers moordend, plunderend en verkrachtend rond, al dan niet in opdracht van een dictator. Zodra een bevolking zich heeft ontdaan van een tiran vallen ze in de handen van een krijgsheer, beter een neemheer geheten, die de wapenarsenalen heeft geplunderd zonder weerstand te hebben ervaren van de legerleiding die is overgelopen nadat ze was overgelopen.
Daarbij geholpen door de wapenindustrie, die de laatste bestelling nog vlug komt afleveren voor er geen vechten meer nodig is omdat er niemand meer is om tegen te vechten. De bloeddiamanten worden schoongespoeld en kunnen weer dienen als betaalmiddel bij een volgende transactie van een volgende regering. Onderwijl verheft de bevolking zonder het te weten de volgende tiran alweer op het schild. Een leider waarvan de familieleden onmiddellijk in onderhandeling gaan met geldschieters die hun winsten gemaakt onder het vorige regime ook graag willen witwassen. Omdat de koningshuizen verstrikt zitten in sex en ander schandalen zit Koning Arthur alleen aan de ronde tafel. Hulpeloos omdat tovenaar Merlijn geen toverpoeder meer heeft. Het is gestolen door Zuid-Amerikaanse bendes die het verhandelen als een nieuw soort extraverdovend middel en die elkaar uitmoorden als bewijs dat het helemaal niet verslavend is. Iedereen die geld teveel en tijd te over heeft wil aan het middeltje snuiven met als resultaat dat de regeringsleiders vanop hun zweefhoogte de koers kwijt geraken. Onderwijl adviseren deskundigen om rond de steden boerenbedrijven te ontwikkelen zodat de aanvoer van voedsel niet meer hoeft te gebeuren vanaf verre afstanden, het wegennet niet meer verstopt geraakt en het dagelijks voedsel betaalbaar blijft. Als we nu nog een muur rond de stad bouwen, de grote tolpoorten terug zetten die we hebben afgebroken en de boeren het recht geven om bij gevaar met haven en goed de stad in te vluchten zijn we terug bij af.
In Duitsland zijn er mensen die uit principe hun voedsel bijeenzoeken uit containers omdat we teveel eetbare spullen wegwerpen. Toen de vroegmarkten, waar de winkeliers hun voorraad kochten, nog bestonden deden de armsten onder ons dat ook al. Vorsten lieten de resten van hun dagelijkse banketten verdelen onder hun onderdanen indien het personeel al niet het recht had bedongen om het te verkopen.
Ondertussen vochten de godsdiensten elkaar de kerken uit. Mensen werden gemarteld, gevierendeeld, levend gevild, verbrand, verdronken en onbeleefd behandeld omdat ze geloofden in een andere God of gewoon maar twijfelden aan het gelijk van het personeel van de officiële God. We kunnen daarover het wijze hoofd van de moderne beschaafde mens schudden die enkel maar zijn naaste naar het leven staat als het gaat over de manier waarop we een dier mogen slachten.
Over de moderne manier waarop we de naaste mogen slachten bestaat niet veel discutie. Het hoeft niet eens in stilte te gebeuren. Als we het daar niet eens mee zijn, zijn we intolerant. Er zijn onderwijl op deze aardbol zoveel geloofsrichtingen gekomen dat gewoon al leven het gevaar inhoudt dat men een geloofsgemeenschap beledigd. En dan hebben we het nog niet eens over de corruptie, de zowat enige algemeen erkende manier van handel drijven voor de beter geplaatsten. Met zekerheid mogen we stellen dat we weten waar het grootste deel van de hulpgelden en liefdadige stortingen naar toe gaan. Dat is vooruitgang. In de middeleeuwen moest er nog een rover aan te pas komen om de belastingen te laten verdwijnen. Nu hebben we banken die vol verbazing grote bedragen op de rekening van voormalig niet zo bemiddelde personen bijschrijven. Banken vertrouwen hun klanten en gaan er vanuit dat het wel goed zit. Dat vertrouwen begint trouwens eerst bij een storting van vele miljoenen. Bij dergelijke grote bedragen moet de bank de klant wel vertrouwen. We bezitten de middelen niet om te controleren of zoiets in orde is. Dat de persoon die het geld stort meestal ook de persoon is die de controle belet is een jammerlijke bijkomstigheid.
Maar er is licht in de duisternis. Nog een beetje en we kunnen naar Mars. Net op tijd. Als het zo door gaat is Mars onze enige toevlucht. Als de onderdelen van de motor niet gemaakt zijn in een land waar men niet te nauw kijkt op het productieproces.
We leven in een slecht geschreven geschiedenisboek. De duistere middeleeuwen waren hoofdzakelijk duister omdat de ledlampjes toen nog niet uitgevonden waren. Misschien waren ze dat wel maar wisten de kaarsenfabrikanten toen de productie tegen te houden. Wie zal het zeggen. Ik vertrouw niemand meer. Ik lees de kranten.
De wereld om mij heen