Afgelopen zaterdag was het de dag van de mensenrechten, die één van de speerpunten vormen van ons buitenlands beleid. Om tot een speerpunt uit te groeien die recht doet aan het mensenrechten- of vredesideaal, zal onze Haagse elite haar geloof in de vergankelijke euro, dat (getuige de eurocrisis) geen enkel houvast biedt, moeten vervangen door het geloof in de universele mensenrechten, als grondslag voor een vruchtbaar alomvattend lange termijn beleid. De vervanging die automatisch de weg vrijmaakt voor een minister van Buitenlandse Zaken met hogere ambities dan Uri Rosenthal, die (als euro-gelovige) idealisme wegzet als ‘moralisme’, ambassades degradeert tot handelsposten en diplomaten tot afgezanten van het bedrijfsleven. Op kortzichtige wijze wordt daarmee de enig overgebleven utopie, het mensenrechten- of vredesideaal, ondergeschikt gemaakt aan geldelijk gewin. Een onverteerbare gang van zaken, omdat onze kinderen en kindskinderen – toch onze eerste zorg! – daar onherroepelijk de rekening van gepresenteerd zullen krijgen.