
De provincie Utrecht mag nijlganzen die overlast en schade veroorzaken, laten vangen en vergassen. Maar brandganzen, Canadese en grauwe ganzen mogen niet worden vergast.
Dat heeft de Raad van State vandaag bepaald in een zaak die de Faunabescherming tegen de provincie had aangespannen. De hoogste bestuursrechter is het met de provincie eens dat nijlganzen niet onder de Europese Vogelrichtlijn vallen, aangezien deze vogels niet van nature in Nederland voorkomen maar door toedoen van de mens in het land terecht zijn gekomen. Daarom hebben ze geen beschermde status.
Ganzen strijken in enome aantallen neer op landbouwgronden en veroorzaken daar veel schade, stellen boeren. De provincie gaf daarom de Faunabeheereenheid Utrecht toestemming om tussen mei 2010 en oktober 2013 de vier soorten ganzen te vangen in vangkooien en ze daarna te vergassen. De Faunabescherming maakte daar bezwaar tegen en kreeg grotendeels gelijk van de rechtbank in Utrecht, waarna de provincie naar de Raad van State stapte.
Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, wees er onlangs op dat ganzen afschieten en vergassen geen enkele zin heeft. Zoals ook de Dierenbescherming en de Faunabescherming stellen, planten ganzen zich dan alleen maar hoger tempo voort, aldus Thieme. Bovendien valt de schade die de ganzen aanbrengen volgens de Faunabescherming wel mee.