Bezoek..

 

Om het niemandsland tussen Kerst en Oudjaar zinvol vorm te geven besloten mijn echtgenote en ik tot het maken van een stedentrip. Na het ampel overwegen van alle voors en tegens viel onze keuze op Dresden. Ooit een prachtige stad, maar met de grond gelijk gemaakt tijdens de 2de Wereldoorlog. Daarna door de toenmalige DDR vol gezet met woonkazernes en na de val van de muur wederopgebouwd. Als een soort 3D puzzel weer in mekaar gestoken. De brokstukken en het puin van de oude gebouwen waren door een burgercomité gemerkt en veilig opgeborgen. De rest was een kwestie van geduld en geld. Nu is een groot deel van het oude centrum letterlijk herrezen. De majestueuze oude cultuurpaleizen staan nu te pronken met als achtergrond de grauwe, troostloze en fantasieloze DDR betonblokken.

Onze keuze van bestemming was dus een goede keuze. We genoten van het vele dat te zien was, liepen blij gemoed, van de ene regenbui in de andere, vonden een prachtige tentoonstelling om in te schuilen en hadden een geweldige tijd. Omdat ook wij niet crisisbestendig zijn lieten we de “Palast”-hotels voor wat ze waren, zonder twijfel luxueuze slaapgelegenheden, en hadden onze keuze laten vallen op een uitstekend bescheiden hotel. Alweer een meevaller. Met een klein minpuntje. Wel een uitstekend ontbijtbuffet, maar verder geen restaurant. Dat werd dus een beetje zoeken. Restaurants zat natuurlijk. Met koks die aan hun fornuizen gerechten uit alle mogelijke windstreken stonden na te koken. Maar waarom zou je Spaans of Chinees eten als je in Duitsland bent. Ik kan moeiteloos een hele boel argumenten opnoemen en ik hoef me echt niet te beperken tot vette worsten, knoedels, eisbein, kolen rood en wit en groen en wat de Duitse burgerkeuken nog verder in de aanbieding heeft. Maar met een beetje zoeken en rustig de menukaarten lezen die overal keurig aan de gevel hangen is dat probleem wel op te lossen. Dus we vonden een Duits restaurant waarvan de kaart de mogelijkheden bood tot een maaltijd zonder cholesterol verrijkend voedsel.

Het was nog “typisch” ook. Dat was eerst niet te zien anders hadden we misschien toch voor Chinees gekozen. Om te beginnen oogde het restaurant niet al te groot. Niet groter dan een Grand Café. We stonden dan ook in het Grand Café. Het restaurant lag onder het Grand Café. Onverbiddelijk verwees de dame, die reeds onze jassen in haar bezit had, ons naar een breed uitgemeten wenteltrap. Daar beneden, in de catacomben, was het restaurant. We liepen door een doolhof van onderaardse lokalen achter onze dame aan die ons uiteindelijk een tafel aanwees in kelder nummer niet bij te houden. Er liepen muzikanten rond die, bescheiden akoestisch, liedjes speelden voor een gezelschap dat, alweer on-duits rustig iets te vieren had. Verder liep er personeel rond in kleding die iemand met totaal geen kennis van de geschiedenis direct zou typeren als middeleeuws. Daarin natuurlijk geholpen door de muurschilderingen en de attributen die hier en daar waren opgehangen om de sfeer te bepalen. Gelukkig was de ruimte waar we zaten en de tafel die ons was toegemeten bedoeld om ook wat stevige uit de kluiten gewassen Duitse eters te ontvangen. We hadden werkelijk van niets en niemand last. Zelfs niet van de ober die, in zijn bescheiden verpakking van ober, ons rustig de kaart liet ontcijferen, slechts tweemaal vroeg of hij iets te drinken kon brengen en daarna op een simpele wenk direct verscheen om onze wensen te noteren.

We kregen alle tijd om op adem te komen, om na te genieten van ons eerste bezoek aan de stad en om rond te kijken in dit vreemde decor waar we zelf deel van uit maakte. Naast ons, ook alweer aan een tafel waarop in Nederland minstens voor een groep van 12 wordt gedekt, zat een stel rustig in gesprek. Tegenover elkaar zoals getrouwde stellen meestal doen, niet omdat ze een hekel aan elkaar hebben, maar omdat zoiets comfortabeler eet dan naast elkaar zittend. Na een tijdje namen we het rustige tempo van de zaak over. We keken wat langer naar het groepje feestvierders die een taart op tafel kreeg voorzien van dat knetterend soort huiskamer vuurwerk. Aan de oh en de ah was te horen dat er ook kinderen aan tafel zaten, alleszins kinderlijke zielen. Onze directe buren keken ook op uit hun gesprek om naar de feestvreugde te kijken. Hij was een ernstig kijkende vroege vijftiger met bril, zij van een iets jonger jaargang. Ze kregen hun bordje voor geschoven en na enig aarzeling prikte ze een vorkje weg. Een beetje onwennig leek het mij. Er vielen in hun gesprek stiltes. Stiltes die langer waren dan noodzakelijk om de mond leeg te malen.

Toen besloot mijn echtgenote dat, als bewijs voor het nageslacht, we best een foto konden maken. Gehoorzaam nam ik mijn fototoestel en probeerde een leuk achtergrondje te vinden. De tafelbuurvrouw zag het gebeuren, vond dat wel een vrolijk tafereel en stelde voor om met mijn camera een foto te nemen van mijn echtgenote en van mij. Altijd leuk als herinnering. Ik zag op hun tafel ook een eenvoudig cameraatje liggen en stelde op mijn beurt voor om hun samen vast te leggen. Dat vond mevrouw met een brede glimlach goed. Ze schudde de haren al een beetje los en trok links en rechts nog even de kleding uit de plooien. Maar mijnheer was een andere mening toegedaan. Hij schudde, een beetje verveeld kijkend, nadrukkelijk van nee. Alsof we iets van een partnerruil hadden voorgesteld. Gelukkig tilde de dame niet zwaar aan de stugge houding van haar tafelheer. Ze dankte vriendelijk voor het aanbod en vroeg in dezelfde zin waar we vandaan kwamen en wat we kwamen doen. Zo zaten we zonder erg in een keuvelbijeenkomst, enkel onderbroken door de ober die onze borden kwam neerzetten en ons glas kwam bijschenken. Toen onze buurvrouw zich even verontschuldigde en in de lange onderaardse gang verdween, boog de buurman wat vertrouwelijker naar ons toe. Hij vertelde ons op een samenzweerdertoon, welke buurten we zeker moesten bezoeken en wat er allemaal nog bijzonder was in Dresden. En ja, hij was zelf van Dresden, woonde er al zijn hele leven en hij had zowel de DDR-tijd als de omwenteling in Dresden meegemaakt. Toen wij vroegen of zijn tafeldame ook van Dresden was zei hij, met een vreemde frasering “Nee, zij is van Dortmund”. Het klonk een beetje koud en afstandelijk. Zodra de dame weer aan de tafel verscheen beëindigde hij het gesprek. Niet zoveel later werd de ober geroepen, de rekening werd voldaan, mevrouw sloeg een sjaal om, knikte nog even vriendelijk en verdween.  Snel de man achternalopend die zonder boe of ba te zeggen was opgelost in één van de keldergangen.

Toen we aan ons stuk taart begonnen, in Duitsland meestal goed, verwoorde ik mijn verbazing over de gang van zaken bij onze tafelburen. Vriendelijke mensen naar ons toe maar duidelijk kil en bijna onverschillig naar mekaar toe. Ik opperde een slecht huwelijk maar kon dan toch het weigeren van de foto daar niet mee verklaren.

Mijn echtgenote, die veel meer verstand heeft van wereldse zaken dan ik, zei met een nauwelijks verholen zucht : “Typisch een geval van internet daten waarbij het persoonlijke contact niet is meegevallen”.

Het voortreffelijke stuk taart smaakte toch iets minder feestelijk. De tijd tussen Kerst en Oudjaar hoort romantisch te zijn. Toch?

 

 

 

De wereld om mij heen.

 


reageer


  • Inloggen met Facebook

  • Advertentie

  • Ontvang het laatste nieuws van Nieuwslog in je mailbox. Selecteer de dossiers van je keuze en blijf op de hoogte via onze dagelijkse nieuwsbrief. Probeer ‘m nu! Bevalt het niet dan is opzeggen met 1 klik geregeld.