De afgelopen jaren is er 70 miljoen euro aan ontwikkelingshulp voor een groot deel verdwenen in de zakken van Nederlandse bedrijven in het buitenland. Ook buitenlandse ondernemingen profiteren van dit ontwikkelingsgeld terwijl zij net al als vele Nederlandse ondernemingen geen subsidie nodig hebben.
Subsidie
Nederlandse ondernemers krijgen de mogelijkheid om in ontwikkelingslanden te investeren. Het gaat hier om de zogenaamde Private Setor Investeringsprogamma, PSI, en haar voorganger de PSOM: programme for co-operation emerging markets. Deze projecten variëren van producten maken tot megastallen bouwen. Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet het project wel aan een aantal doelstellingen voldoen. Het moet ieder geval werkgelegenheid creëren in het ontwikkelingsland en het moet de economische groei in het land bevorderen. Als het project in aanmerking komt wordt de subsidie als volgt verdeeld: vijftig procent betaalt de overheid tot een maximum van 750.000 euro en de andere vijftig procent betalen de ondernemer en de lokale partner uit het desbetreffende ontwikkelingsland.
Evaluatie
Tussen de jaren 1999-2009 heeft er een evaluatie plaatsgevonden om te kijken of met het subsidie-instrument de doelstellingen zijn behaald. Daaruit blijkt dat de doelstellingen niet waargemaakt zijn. Dit is opvallend want ondanks de evaluatie heeft het PSI programma niet te lijden onder de bezuinigingen. Het aantal landen dat in aanmerking komt is uitgebreid naar 58 en de pot met geld is van 70 naar 90 miljoen euro gegaan.
Wakker Dier
Wakker dier heeft onderzoek gedaan naar Nederlandse subsidiegelden die naar landbouwprojecten in het buitenland gaan. En daar blijkt echt dat Nederland megastallen in het buitenland subsidieert. Wij hebben twee projecten uit het rapport van Wakker Dier (PDF) onder de loep genomen.
|
Breaking News: Onderzeeër eindigt ...
In de Amsterdamse grachten is donderdag 26 april een onderzeeër opgedok |