Naast overbevissing en vervuiling vormen invasieve exoten een
van de grootste problemen voor onze oceanen. Een belangrijke
transportroute is het ballastwater van een schip, waar gemiddeld 50
soorten zee-organismen in meereizen. Elk moment zijn er zo 7000
verschillende soorten onderweg naar een mogelijke nieuwe
vestigingsplaats.
In de baai van San Francisco leven vandaag de dag meer
uitheemse dan inheemse soorten. Op de 1000 verschillende
vissoorten, ongewervelden en zeezoogdieren bleken er 639
geïntroduceerd sinds 16 november 1542, toen Juan Rodriguez
Cabrillo er voor het eerst een anker uitgooide. Een aantal ervan,
zoals de Europese strandkrab, deed het er zo goed dat de
oorspronkelijke soorten er nu zwaar onder te lijden hebben.
Aan het einde van de negentiende eeuw begonnen schepen over te
schakelen naar water in plaats van bijvoorbeeld stenen of zand als
ballast om de stabiliteit van een schip te verhogen. De nieuwe
stalen reuzen zogen honderdduizenden liters water op in
één haven en loosden dat weer in een andere, aan de
andere kant van de wereld.
Op dit ogenblik zijn de grootste supertankers 380 meter lang. Ze
kunnen meer dan 500.000 ton olie laden. Zo'n lege olietanker moet
dan ook een massa ballastwater meenemen op de terugreis. In dat
ballastwater zitten gemiddeld vijftig soorten zee-organismen, zoals
mosselen, bacteriën , zeewier, diatomeeën, schelpen,
kreeften, garnalen en behoorlijk grote vissen. Matrozen aan boord
doden vaak de tijd door te vissen in de ballasttanks. Het
scheepvaartverkeer is wereldwijd vertienvoudigd sinds 1950 en meer
dan 80 procent van alle goederen passeert over zee. Dat organismen
op vreemde plaatsen belanden, is geen dus wonder.
Terwijl u dit leest zijn er 7000 verschillende invasieve soorten
onderweg in de elf miljard ton ballastwater aan boord van schepen
die op de oceanen varen. De Middellandse Zee is een hotspot met 30
procent van 's werelds maritiem verkeer. Elke vier weken wordt er
een nieuwe soort gevonden die niet inheems is. Door dat drukke
verkeer is de Middellandse Zee ook een belangrijke exporteur van
invasieve exoten geworden.
Er zijn manieren om de verspreiding van invasieve soorten door
ballastwater te stoppen. Het opwarmen van dat ballastwater zou al
veel organismen doden bijvoorbeeld. Nog simpeler is om schepen te
verplichten hun ballastwater te lozen ver van de kust,
riviermondingen of koraalriffen. In Californië is dat
bijvoorbeeld sinds vorig jaar verplicht. De VN-organisatie die
verantwoordelijk is voor de scheepvaart, de International Maritime
Organization (IMO) heeft in februari 2004 de ballastwater-conventie
aangenomen met verplichte richtlijnen. Tegen 2016 moet uiteindelijk
op alle grote zeeschepen het ballastwater worden behandeld in
daartoe aan boord geplaatste installaties. En wie die niet aan
boord heeft, moet het ballastwater 200 mijl voor de kust lozen in
water dat 2000 meter diep is.
Dat klinkt veelbelovend, maar is het niet. Het overgrote deel van
de zeeschepen heeft nog geen behandelingsinstallatie aan boord.
Bovendien hebben slechts 30 landen de conventie ondertekend, en die
vertegenwoordigen amper 35 procent van het scheepvaartverkeer.
Schepen die varen onder FOC's (flags of convenience, bijvoorbeeld
de Panamese vlag) vallen ook buiten het reglement.
Wat alweer ontbreekt, is politieke moed. Even stoppen om ver van de
haven ballastwater te vervangen, is een tijdrovende bezigheid. En
tijd kost geld. Veel meer geld blijkbaar dan de prijs van het
lobbywerk vanwege de scheepvaardij tegen strengere wetten. De
Amerikanen hebben echter uitgerekend dat invasieve soorten elk jaar
voor 69 miljard dollar schade berokkenen in de VS alleen.
Jouw reactie op dit bericht?